Home
Informatie, bestuur
Nieuws
Jeugdschaak
Wedstrijden teams
Interne competitie
De analyse van Kees
partijmoment/analyse
Toernooien
Analysecommentaar
Partijen
Foto's
Agenda
Contact
Archief
Middelburg 1
Middelburg 2
Middelburg A
Middelburg B
Beker
Eindstand comp 16-17
Jeugdcomp. 16-17
De analyse van Kees
nieuwsarchief
Eindstand comp 15-16
Middelburg 2 15-16
Eindstand comp 14-15
partijmomenten 14-15
Jeugdcomp. 15-16
Jeugdcomp. 14-15
Eindstand comp 13-14
Toernooien
Middelburg 1
Middelburg B
Bekerteam
Middelburg 1
Middelburg 2
Middelburg A
Middelburg B
Middelburg C


 

 

 

Partijbespiegeling

 

In verband met zijn overlijden ditmaal een prima partij van Max van Eekhout, die hij heeft gespeeld in een V&D simultaantournee tegen Jan Hein Donner in de Scheldehal te Vlissingen. De exacte datum, waarop deze partij is gespeeld, is mij niet bekend. Wel weet ik dat deze tournee in 1975 voor het laatst is

gehouden.

 

Witspeler:          Jan Hein Donner (de simultaangever; ook Berry Withuis zal als simultaangever wel er bij

                          aanwezig geweest zijn)

Zwartspeler:      Max van Eekhout

 

1. e2 – e4            e7-e6

Zie bijvoorbeeld: https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_(schaakopening)

2. d2 – d4            d7 – d5

3. Pb1 – c3          Lf8 – b4

4. e4 – e5            c7 – c5

5. a2 – a3           

5. Lc1 – d2 en 5. Dd1 – g4 zijn alternatieven waarmee de witspeler kan proberen zijn of haar  tegenstander te verrassen.

5.                            Lb4 x c3+

6. b2 x c3             Dd8 – c7

 

 

 

Dit is, wat mij betreft, de hoofdvariant. Zo speel je het Frans.

6.            Dd8 – c7  heeft het voordeel dat de zwartspeler na een eventueel 7. Dd1 – g4  kan reageren met of 7.   f7 – f6  of 7.       f7 – f5.

7. Pg1 – f3          Pg8 – e7

8. a3 – a4

De zet die ook Bobby Fisher placht te spelen. Deze zet maakt de zet c5 – c4 praktisch onmogelijk.

Tegenwoordig wordt  8. h2 – h4  ook gespeeld.

8.                            O – O

9. Lf1 – e2          

9. Lf1 – d3 ziet er dreigender uit. Kijkt vervaarlijk naar het zwarte pionnetje op h7.

9.                            b7 – b6

 

 

 

Zwart speelt voortreffelijk. Dat vinden jullie toch ook allemaal?

De zwartspeler wil de sterke witte loper op e2 elimineren.

10. a4 – a5

Volgens mij gokte Donner hier op een angstige tegenstander.

10.                         b6 x a5

Maar Max is niet bang!

11. O – O

Direct  11. Lc1 – a3  is beter.

11.                         Lc8 – a6

12. Lc1 – a3        La6 x e2

13. Dd1 x e2      c5 x d4

14. c3 x d4          Pb8 – c6

Zwart staat prettig. Er valt voor wit niets te halen.

15. c2 – c4

 

 

 

Er valt veel de zeggen voor het afruilen van deze achtergebleven pion.

15.                         Pc6 – b4

16. c4 – c5          Pe7 – c6

17. La3 – c1        f7 – f6

 

 

 

Zwart wil nog wel wat.

18. e5 x f6           Tf8 x f6

19. Lc1 – g5        Tf6 – g6

20. Lg5 – h4       Dc7 – f4

21. Tf1 – d1        Ta8 – f8

22. Lh4 – g3       Df5 – g4

23. Ta1 – a3       Dg4 – h5

24. Ta3 – e3       Pc6 – d8

 24.                         Tf8 – e8  is mogelijk wat beter.

25. De2 – b5

Wit probeert ook nog wat.

25.                         Pb4 – c6

Elkaar dekkende paarden staan niet als actief te boek.

26. Td1 – e1      

26. Db5 – a4 is beter: dekt de witte toren op d1 en er dreigt op termijn Lg3 – c7.

26.                         Tg6 – f6

27. Pf3 – e5

Eerst  27. Db5 – a4  om d4 te dekken is beter.

27.                         Pc6 x d4

 

 

 

Max had het lef om ook tegen grootmeesters gewoon pionnen te slaan.

28. Db5 – b2      Pd4 – f5

29. Te3 – e2

Wit wil geen materiaal ruilen en hoopt op groot succes voor zijn pion op c5.

29.                         Pf5 x g3

30. f2 x g3           Dh5 – f5

Dit is een matdreigende zet, maar  30.   Dh5 – e8  biedt zwart meer kans op winst.

31. h2 – h3         Tf6 – h6

Vermijdt kwaliteitsverlies en blijft de zwarte pion op e6 überdecken.

32. c5 – c6          Pd8 – f7

33. Te1 – f1

 

  

             

Donner kiest de verkeerde toren. Hij had 33. Te2 – f2 moeten spelen.

Vervolg: 33.        Df5 x f2+ 34. Db2 x f2    Pf7 x e5 35. Df2 x f8+    Kg8 x f8  36. c6 – c7 enz.

33.                         Df5 x f1+            

34. Kg1 x f1        Pf7 x e5+

35. Kf1 – g1        Pe5 x c6

36. Te2 – f2        Tf8 x f2

37. Db2 x f2       Th6 – f6

Een opstelling met zwarte pionnen op d4 en e5 ziet er mooi uit voor zwart, maar is dit voldoende voor de zwarte winst?

38. Df2 – c5        Pc6 – d8

Zwart heeft een prima vesting en kan dus nooit meer verliezen.

39. Dc5 x a5       Pd8 – f7

40. Da5 x a7       h7 – h6

41. g3 – g4

 

 

 

 Remise   Max: 'een aanbod van de maestro.'  

 

 

 

 

 

 

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Partijbespiegeling

 

Maarten Westerweele schreef mij:

"Afgelopen vrijdag (7 april jl.) speelde Middelburg A tegen SKS A.

We verloren met 1-3.

Zelf speelde ik op het vierde bord tegen Roeland Alders.

Misschien is deze partij iets voor je analyse op de website van Middelburg." 

Weer een heel leuk matje! Willem van Sluijs ging hem in deze rubriek hierin voor.

Dus een prima partij om te bespiegelen.

  

Wit:       Maarten Westerweele

Zwart:   Roeland Alders

 

1. e2 – e4            e7 – e5

2. Pg1 – f3          Pb8 – c6

3. Lf1 – b5

De Spaanse opening.    

3.                            f7 - f5

 

 

 

 

Het Jänisch gambiet.

Herman Grooten schrijft over deze variant:

“Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de goede en speelbare gambieten en de soms gevaarlijke, maar vaak ook zeer dubieuze of verdachte gambieten.

Zo bestaat er al lange tijd een tijdschrift over gambieten, getiteld Kaissiber, onder regie van Stefan Bücker. Toen mijn schaakvriend IM Gerard Welling me eens een nummer onder ogen gaf, was ik verbaasd over de vele idiote zetten die mensen voorgesteld hadden en daar ook nog graag hun naam aan gekoppeld wilden hebben. Op zoek naar onsterfelijkheid zou je zeggen, maar het ene gambiet was nog inferieurder dan het andere. Na deze inleiding hoop ik u een gambiet aan te bieden dat misschien in een kwade reuk stond, maar zijn weg heeft gevonden tussen de varianten met een goede reputatie: het Jänisch gambiet.”

4. d2 – d3

Een bescheiden en solide benadering, populair onder topspelers die geen zin hebben in de complicaties na 4. Dd1 – e2 of 4. e4 x f5

4.                            f5 x e4

4.                            d7 – d6 vind ik soepeler; geeft een elastische stelling. Ook 4.      Pg8 – f6 behoort tot de mogelijkheden.

5. d3 x f4             d7 – d6

5.                            Pg8 – f6 is ook een mogelijkheid.

6. O – O

6. Pf3 – g5 dwingt zwart om 6.   Lf8 – e7 te spelen.

6.                            Pg8 – f6

7. Dd1 – d3

Dekt de pion op e4 en anticipeert op de penning van het witte paard na Lc8 – g4

7.                            Lf8 – e7

8. Dd3 – c4        

Verhindert zwarts korte rokade.

8. c2 – c3 houdt het veld d4 onder controle en biedt de witte loper op b5 goede terugtochtmogelijkheden.

8.                            a7 – a6

8.                            Lc8 – d7 is beter.

9. Lb5 x c6+        b7 x c6

 

 

10. Pb1 – c3

Wit wil zijn e-pion niet kwijt.

10.                         d6-d5

10.                         Lc8 – d7 houdt de stelling in rustig vaarwater. De gespeelde zet maakt het gambiet echt dubieus. Waar zal de zwarte koning zijn rustplaats vinden?

11. Dc4 – a4

11. Dc4 x c6+ is ook goed mogelijk. De gespeelde zet past beter bij iemand die 4. d2 – d3 speelt.

11.                         d5-d4

12. Pc3 – d5

12. Pc3 – e2 is een goed alternatief. Ik vind dat na 12. Pc3 – d5 de stelling voor wit overzichtelijker blijft.

12.                         Lc8 – d7

12.                         Le7 – d6 is wat beter.

13. Pd5 x e7       Dd8 x e7

14. Da4 – a5!

Zwart is overspeeld.

 

 

14.                         c6 – c5

15. Da5 x c7       Ld7 – b5

15.                         O – O om eindelijk de zwarte koning in veiligheid te brengen verdient hier de voorkeur.

16. Dc7 x e7+    Ke8 x e7

17. Tf1 – e1        Ke7 – d6

Slechts één pion meer voor wit, maar duidelijk winnend voordeel!

18. Pf3 – g5        Th8 – f8

19. f2 – f4

Ça va comme bonjour.

 

 

19.                         h7 – h6

19.                         Ta8 – e8 had gemoeten.

20. f4 x e5+        Kd6 x e5

21. Pg5 – f3        Ke5 – e6

22. b2 – b4!

Zo’n zet moet je natuurlijk wel spelen om een partij te winnen.

 

 

22.                         Tf8 – d8

22.                         Lb5 – c6 is beter, maar aan de zwarte stelling helpt geen moedertje lief meer.

23. b4 x c5          d4 – d3

24. c2 – c3          Lb5 – a4

Zwart heeft geen goede zetten meer.

25. Pf3 – d4+     Ke6 – e5

Zwart heeft niet beter.

26. Te1 – f1        Ke5 x e4

27. Lc1 – d2        Ke4 – d5

Vluchten kan niet meer…

28. Tf1 – f5+      Kd5 – c4

29. Pd4 – e6       Td8 – d7

Deze torenzet geeft weer hoe hopeloos de zwarte stelling is. Zie het vervolg van de partij:

30. Ta1 – b1!     a6 – a5

De enige zet om onmiddellijk mat te voorkomen.

 

 

31. c5 – c6!

Er dreigt wederom mat.

31.                         Pf6 – e4

Zwart spartelt nog wat tegen. Tegen beter weten in.

32. Tb1 – e1!

Wit slaat weer de spijker op zijn kop.

 

 

32.                         La4 x c6

Nothing works…

33. Te1 x e4       Lc6 x e4

34. Tf5 – c5+ mat

 

 

 

Zwart heeft de gifbeker helemaal leeggedronken. Wat ik zie als een zeer sportieve daad.

Maarten heeft deze partij sterk gespeeld. Met dank aan Roeland is het een onderhoudende partij geworden met een zeer grappig, uniek matje. Iets voor de schaakcuriosa van Tim Krabbé?

 

----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

 

Partijbespiegeling

 

Maarten van Haaften (zie onderstaand plaatje) bracht mij een partij, die hij heeft gespeeld in de zevende ronde van de Wachtebeke Winter Round Robin op 1 maart 2017 in Vlaanderen. Over deze partij hebben we dan ook direct van gedachten gewisseld.

In dit toernooi eindigde hij in de C-groep als derde met 5,5 punten uit 9 wedstrijden.

Maarten is altijd op zoek naar het avontuur in een schaakpartij. Dat siert hem.

 

 

 

Wit:       Maarten van Haaften

Zwart:   Philip de Vroe (een Vlaming, die ik ken omdat hij, net als ik, lid is van HWP Sas van Gent)

 

1. e2 – e4            c7 – c5

De Siciliaanse opening, zoals wij allen weten. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Siciliaans_(schaakopening)

Lang geleden toen ik jong was, heb ik deze opening altijd gewantrouwd. Ik dacht dat wit altijd moest kunnen winnen. Het is een prettige gedachte om hiermee met wit de strijd aan te gaan in deze opening. Ook al hoeft deze gedachte niet de juiste te zijn.

Zelf durfde ik daarom op 1. e2 – e4 alleen Frans of Caro-Kann te spelen. Bij deze openingen had ik een goed gevoel. De Pirc gaf mij ook geen goed gevoel. 1.      e7 - e5 ook niet. Dit zegt natuurlijk niets over de speelbaarheid van de openingen die ik vermeed. Het heeft te maken met speelstijl. Of positioneel of combinatoir. Zie voor de aardigheid: http://combinatiewoordenboek.nl/ (Dit heeft natuurlijk niets met schaken te maken.)

2. Pg1 – f3          Pb8 – c6

Er zijn op dit moment vele zetten goed. Dit is er één van.

3. d2 – d4            c5 x d4

4. c2 – c3

 

 

 

Het Morra gambiet. Is Maarten hier besmet door zijn naamgenoot Maarten Westerweele?

Voor nadere toelichting zie:

http://www.volkskrant.nl/archief/schaken-openingsvarianten-die-niet-deugen~a412836/

Dergelijke gambieten zijn in mijn ogen heel geschikt om je tegenstander uit zijn of haar comfortzone te halen.

‘Normale’ schakers spelen 4. Pf3 x d4

4.                           d4 – d3

Met kennis van zaken sla je met zwart op c3.

5. Lf1 x d3           d7 – d6

6. h2 – h3            Pg8 – f6

7. O – O               g7 – g6

8. c3 – c4            

 

 

Even een Maroczy inlassen. Interessant.

8.                            Lf8 – g7

9. Pb1 – c3          O – O

Of 9.      Pf6 – d7

10. Lc1 – e3        b7 – b6

10.                         Pf6 – d7 verdient de voorkeur.

11. Ta1 – c1

Eerst 11. Dd1 – d2 is mogelijk iets beter.

11.                         Lc8 – b7

Na 11.                   Pf6 – d7 kijkt dit paard naar twee mooie velden: c5 en e5

12. b2 – b3        

Wit bouwt rustig een heel solide stelling op. Voor zwart is het moeilijk om tegenspel te creëren.

12.                         Ta8 - c8

13. Dd1 – d2      Tf8 - e8

14. Ld3 – b1       Dd8 – c7

Mocht de zwarte dame uiteindelijk op a8 terecht komen dan is zij niet te veroveren noch weg te geven.

15. Le3 – h6      

Of eerst 15. Tf1 – d1

15.                         Lg7 – h8

Ik geloof hier niet in het gezegde “retirer pour mieux sauter”. Dit speciaal voor onze franstalige Belgen.

Zie ook: http://www.dbnl.org/tekst/_tir001196201_01/_tir001196201_01_0009.php

16. Dd2 – g5

 

               

Naar voren om je tegenstander angst proberen in te boezemen. Psychologie speelt een belangrijke rol in het schaakspel. Op het allerhoogste niveau – denk ik – wat minder.

16.                         Pc6 – d8

Met een loper en een paard op de achterste rij win je geen partij. (Dit rijmt en is voor de schaakjeugd dus makkelijk te onthouden.)

17. Pc3 – d5       Dc7 – b8

17.                         Dc7 – d7 oogt/is actiever.

18. Pf3 – h4       

Wil wit ijzer met handen breken?

18.                         Pd8 – e6

19. Dg5 – e3      Lb7 – a8

 

 

Zwart speelt veel te passief. Waarom niet direct 19.        b6 – b5? Geef je tegenstander de kans om fouten te maken.

Is dit de tactiek van Mohammed Ali? Een hele poos in de touwen hangen om daarna letterlijk genadeloos toe te slaan.

20. Kg1 – h1      

In de toekomst kan een zwarte loper niet meer echt gevaarlijk worden op d4.

20.                         b6 – b5

21. f2 – f4           b5 x c4

22. f4 – f5!

 

 

22.                          Pe6 - d4

Hier zweeft het zwarte paard. Er is alleen een indirecte dekking door de loper op h8. Moet je zoiets willen met zwart? Nu had ik toch maar voor 22.      Pe6 – f8 gekozen.

23. f5 x g6

Dit vind ik de menselijke zet. Volgens de computer is 23. De3 – g5 hier beter. Vlijtige schaakstudenten zoeken dit maar uit op hun computer.

23.                         h7 x g6

24. De3 – g5

 

 

24. Pd5 x f6 Lh8 x f6 25. Tf1 x f6 e7 x f6 26. De3 x d4 wint onmiddellijk.

24.                         Pd4 – e6

25. Ph4 x g6

 

               

26. Dg5 – g3 is zoals het hoort.

Toch proberen om ijzer met handen te breken?

25.                         Pe6 x g5

26. Pg6 x e7       Te8 x e7

26.                         Kg8 – h7 is beter en geforceerder.

27. Pd5 x e7+    Kg8 – h7

28. Lh6 x g5

 

 

28.                          Tc8- g8

28.          Pf6 – h5 is de zet. Je moet er maar opkomen.

29. Lg5 x f6         Db8 – b7

30. Tc1 x c4

 

 

Dit is goed genoeg voor de winst van wit.

Een leuk potje (koffiehuis)schaak.

 

 

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

     Partijbespiegeling

 

Marcel Nellen schreef mij:

Meerdere spelers van S.V. Middelburg hebben deelgenomen aan de: "Wachtebeke Winter Round Robin". Zie: http://www.wwrr.be/

Hier één van mijn partijen die ik daar gespeeld heb en waarin leuke combinaties mogelijk zijn.

 

Wit:     Tom van Muylem

Zwart: Marcel Nellen

 

1. g2 – g4

Zie: https://de.wikipedia.org/wiki/Grobs_Angriff Dit hoort natuurlijk een Duitse tekst te zijn.

Zelf heb ik ooit een boekje over deze opening aangeschaft.

1.                     d7 – d5

Een prima antwoord op de verassende openingszet. 1.      d7 – d6 geeft wit geen aanknopingspunten en verdient volgens mij de voorkeur.

2. Lf1 – g2

Als je g4 speelt op de eerste zet is deze zet het meest consequente vervolg. Als je deze zet niet speelt, moet je niet met g4 beginnen.

2.                     Lc8 x g4

Deze zet speel je als je vindt dat wit wat te bewijzen heeft in zijn openingsopzet.

3. c2 – c4

Dit is het idee van deze variant.

3.                     Pg8 – f6

3.         Pb8 – a6 of 3.            e7 – e6 vind ik beter.

4. Dd1 – b3

 

 

 

Dit is zoals Grob het graag speelde.

4.                     Dd8 – c8

4.         Pb8 – d7 snel ontwikkelen is een goed alternatief.  Marcel geeft de volgende variant: 4. c7 – c6  5.  Db3 x b7  Pb8 – d7  6.  Db7 x c6  Ta8 – c8  7.  Dc6 – b7  Pd7 – c5

8.  Db7 x a7  e7 – e5 en je gaat de dame winnen met Ta8 indien wit een andere zet doet dan  9.  Da7 - a3.  Bovendien ontwikkel je met zwart de stukken voor het verlies van één en misschien twee pionnen. Dit geeft veel voordeel voor zwart.

5. c4 x d5

5.  Pb1 – c3  is ook een goede mogelijkheid.

5.                     c7 – c6

6. Pb1 – c3      e7 – e5

Gewoon 6.      c6 x d5  is beter.

7. Pg1 – f3

Of eerst 7.  h2 – h3

7.                     Lf8 – d6

8. d2 – d3

8.  h2 – h3  verdient de voorkeur.

8.                     O – O

9. Lc1 - g5

9. Pf3 - g5 is hier de zet.

9.                     Pf6 x d5

10. Pc3 x d5    c6 x d5

11. Db3 x d5   Ld6 – b4 +

11.       Dc8 – d7 is ook een goede mogelijkheid.

12. Ke1 – f1

 

 Weer in de stijl van Grob. Rokade heeft geen zin want de witte toren op h1 moet naar g1 (de open lijn).

12.                   Pb8 – c6

 

 

Zwart heeft in mijn ogen nu een normale stelling opgebouwd. Wit staat wat ongemakkelijk. Dit is wat eufemistisch uitgedrukt.

13. Ta1 – c1    h7 – h6

13. Lg4 – e6 maakt het wit moeilijker.

14. Lg5 x h6

Een Angriff is geen Angriff zonder een offer. 14. Lg5 – e3 was de zet om toe te geven dat de Angriff mislukt was.

14.                   g7 x h6

15. Th1 – g1    Kg8 – h7

 

 

 

 

Marcel schrijft: Met 15.         Kg8 - h7  laat ik mijn winst voorbij gaan.

Veel beter is 15.          Pc6 - e7 16. Tc1 x c8 Ta8 x c8 17. Dd5 - c4 Tc8 x c4. Dame c4 is natuurlijk noodzakelijk want er dreigt mat met Tc8 - c1+ waarbij wit alleen nog Pf3 - e1 kan spelen en dan komt Txe1 mat.

16. Pf3 x e5    Lg4 – e6

17. Dd5 – e4+ f7 – f5

 

 

17.       Le6 – f5 is beter.Commentaar van Marcel: Ik stond nog steeds goed totdat ik

17.       f7 - f5 speelde. Waarom is dit zo’n slechte zet? Het gaat om het veld g6 dat eerder gedekt stond door de f7 pion. Ook g7 wordt een zwak veld. Het volgende zou nu gespeeld kunnen worden: 18. De4 - f4 Lb4 - d6 19.  Lg2 x c6 en hierdoor wordt de toren op g1 erg sterk in samenwerking met de Dame op f4 en het paard op e5. Verder komt dan 19 ... Tf8 - g8 20. Tg1 x g8 Dc8 x g8 of  19.            Ld6 x e5  20. Df4 x e5  Tf8 - g8 21. Tg1 x g8  Kh7 x g8.  Natuurlijk wil je voorkomen dat wit de Toren naar g6 kan spelen waarna er mat dreigt met  Dd3 x h6.

18. De4 - e3

Marcel: Ook nu is het voor mij afgelopen. Ik dacht: Laat ik eens wat aparts proberen. Indien er door wit een verkeerde zet wordt gedaan dan zet ik wit mat. Natuurlijk werd er met wit prima verder gespeeld en kon ik eigenlijk min of meer gelijk opgeven.

18.                   Pc6 x e5         

19. Tc1 x c8    Pe5 – g4

 

Dreigt Pg4 x h2+

20. Tc8 – c7+ Tf8 – f7+

Helaas game over.

21. Tc7 x f7 + Le6 x f7

22. De3 – f4   Ta8 – c8         

23. Lg2 – f3                          

1-0

 

23. Df4 x f5 heeft mijn voorkeur. Grapje.

 

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Partijbespiegeling

 

Ditmaal Anton Rosmuller in het zonnetje.

Hij heeft aan alle Hogeschool Zeeland Schaaktoernooien in Vlissingen deelgenomen! Ik denk dat niemand anders dit kan zeggen.

Anton heeft een aantal “Immergrüne Partien” op zijn naam. Echte juweeltjes. De partij, die ik hier bespreek, is er één van. Hij verovert de scalp van Roeland Pruijssers, een jonge Nederlandse grootmeester. Dit is (tot op heden) de enige grootmeester, die hij heeft verslagen.

Anton heeft naast schaken meerdere talenten als: dichter, zanger, performer, langeafstandswandelaar, schrijver van wandelboekjes enz. Dichten en performen met veel humor. Zijn geest bleek echter niet geschikt om als loonslaaf te werken. Inmiddels heeft hij al sinds een jaar of vijf de veilige A.O.W.-haven bereikt.

 

Wit:       Anton Rosmuller

Zwart:   Roeland Pruijssers

 

Gespeeld op 6 juni 2015 in het Open Kampioenschap van Utrecht.

Anton woont al heel lang in Utrecht en is lid van schaakvereniging Paul Keres. Ik heb hem echter nooit op een Utrechts accent kunnen betrappen. Zie voor de aardigheid:

https://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=4&cad=rja&uact=8&ved=0ahUKEwioj7ac9bfSAhUqJsAKHUObBEsQtwIILDAD&url=https%3A%2F%2Fwww.youtube.com%2Fwatch%3Fv%3Do-AMLl_U0sU&usg=AFQjCNEYThMHt88LXzb7CSI_YX1FhzTbgg

 

                  1. d2 – d4         f7 – f5                   De Hollandse verdediging. Zie:

                                                                               https://nl.wikipedia.org/wiki/Hollands_(schaakopening)

Er wordt onder andere ook gesproken over de volgende varianten: Manhattan, Leningrad en Karlsbad. Dit is natuurlijk erg verwarrend voor onze topografische kennis aangezien deze steden niet in Nederland liggen.

 

 2. Pg1 – f3                                       Zelf vind ik een opstelling met g3, Lg2, Ph3 en c3 altijd wel leuk om met wit te spelen.

                  2.                          Pg8 – f6

                  3. g2 – g3         g7 – g6                 De Leningrader.

  4. Lf1 – g2        Lf8 – g7                Duidelijk is dat zwart geen d5 wil spelen. Hij wil “dynamisches

                                                               Schach”.

  5.  O – O            O – O

  6. c2 – c4          d7 – d6                 Wederom gericht op het vermijden van een statische stelling.

  7. Pb1 – c3       Dd8 – e8             Een erg provocatieve zet. Misschien gaat wit een foute keuze

maken?  7.          e7 – e6 vind ik de aangewezen zet.

 

 

                  8. d4 – d5                                        Voorkomt dat zwart in zijn spel komt.

                  8.                          a7 – a5                 Ik verdenk de zwartspeler niet van enige nonchalance.

                                                                               8.            e7 – e5 lijkt mij in deze stelling zeer gewenst. Een

paard dat naar c5 lonkt is natuurlijk ook aantrekkelijk.

                  9. Lc1 – e3       Pb8 – a6              Consequent.

                10. Dd1 – d2                                    Oh, wat speelt wit goed! 10. Le3 – d4  is ook een

mogelijkheid. De gespeelde zet vind ik logischer.

                10.                          c7 – c6                  Zwart blijft ambitieus spelen.

 

 

                11. Le3 – h6      Lc8 – d7              

                12. Lh6 x g7       Kg8 x g7              

                13. e2 – e4                                        Dit getuigt van diep inzicht in het spel. Hier kan ik van uit mijn dak gaan.

                13.                          f5 x e4

                 14. Pf3 – g5       Pa6 – c5

                15. Pg5 x e4      Pf6 x e4

                16. Pc3 x e4      Pc5 x e4

                17. Lg2 x e4       Ld7 – h3

                18. Tf1 – e1                                      Wit heeft positioneel fantastisch gespeeld. Zwart heeft niets

en de pion op e7 van zwart is een zorgenkindje.

                18.                          c6 – c5                  Een soort van capitulatie. Er verdwijnt spanning in het

centrum ten voordele van wit en e7 blijft het probleem voor zwart.

                19. Te1 – e3                                     Wit staat prima. De zwarte centrumpionnen blijven op de

tocht staan. Daar helpt geen lieve moedertje aan.

                19.                          De8 – d7

                20. Ta1 – e1      Tf8 – f7

                21. Le4 – g2       Lh3 – f5

                22. f2 – f3          h7 – h5                 Ik zie geen alternatief.

                23. Te1 – e2                                     Zo bouw je op de juiste manier een batterij op. Het zwaarste

stuk de dame hoort achteraan te staan.

                23.                          b7 – b6

                24. Dd2 – c3+   Kg7 – h7

                25. Dc3 – e1                                     Wat een fantastische druk op e7!

 

                25.                          Ta8 – e8

                26. g3 – g4                                        Een zeer kansrijke voortzetting.

                26.                          h5 x g4

                27. De1 – h4+   Kh7 – g7

                28. f3 x g4          Te8 – h8               

Zwart gaat in de fout. Het beste is 28.    Lf5xg4 29. Lg2-h3 Lg4-f5 30. Te3-e6 Te8-h8 31. Lh3xf5 Th8xh4 32. Te6-g6 Kg7-h7 33. Lf5xd7 Kh7xg6 34. Ld7–e8   Kg6–g7

 35. Le8xf7 Kg7xf7 36. b2-b3 Tot zover de analyse. Wit staat iets beter vanwege de achtergebleven pion op e7 en de pion op h2 is wits troef. Maar of het genoeg is voor een witte zege? We zullen het nooit weten.

 

               29. Dh4-e1                                       Zwart geeft het op.

Zo ziet ideale batterij er uit. Het is fantastisch om een grootmeester zo om te leggen.

In mijn ogen een perfect gespeelde positionele partij.

 

                         

 

 

 

 -----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Partijbespiegeling

 

Een leuk partijtje van onze globetrotter. Willem heeft zestien jaar in Griekenland gewoond en gewerkt.

In een inmiddels ver verleden behoorden Frans Rikumahu en Willem tot mijn schaakvriendenkring. o.a. samen ook veel geklaverjast.

Frans is helaas veel te jong overleden.

Zie: http://www.mensenlinq.nl/overlijdensberichten/ing-frans-rikumahu-2283182

Frans is ook nog voorzitter van onze schaakclub geweest.

Willem leverde mij een alleraardigst schaakpartijtje uit de wedstrijd van Middelburg 2 tegen

Landau 3. (Koffiehuisschaak?)

Hij noemt deze opzet de “twee paardenaanval”.

 

Wit:       Mark Zootjes                       (Geen leuke naam voor iemand die serieus wil schaken)

Zwart:   Willem van Sluijs

 

Gespeeld op 17 december 2016. partij

 

                 1. e2 – e4          c7 – c5

                 2. Pg1 – f3          g7 – g6                 Er zijn hier nog vele goede zetten mogelijk. Dit is er één van.

                 3. Lf1 – c4                                          Deze zet is op zich prima. Ik geef echter de voorkeur aan gewoon direct 3. d2 – d4 ook al heb ik daar geen goede verklaring voor. Intuïtie?

 

                 3.                           Pb8 – c6               Deze zet heeft hier ook mijn voorkeur.

                 4.  O – O                                             4. d2 – d4 vind ik beter.

                 4.                           Lf8 – g7

                 5. c2 – c3                                           5. Tf1 – e1 vind ik flexibeler.

                 5.                           d7 – d6                 5.            e7 – e5 om het witte centrum te blokkeren verdient de voorkeur. Dit levert echter meer statisch dan dynamisch schaak op. Het blijft een (moeilijke) keuze.

                 6. h2 – h3                                          Met zulke zetten win je geen partijen. 6. d2 – d4 is hier de aangewezen zet.

                 6.                           Pg8 – f6

                 7. Tf1 – e1                                         7. d2 – d3 is een goed alternatief.

 

 

                 7.                           O – O                    7.            Pf6 x e4 is ook een mogelijkheid. Dit leidt wel tot een nogal onoverzichtelijke stelling.

                 8. d2 – d3                                          8. d2 – d4 om te winnen moet je wel lef hebben.

                 8.                           a7 – a6                 8.            Pc6 – a5 lijkt mij ook prima.

                 9. a2 – a3                                          Natuurlijk dient hier 9. a2 – a4 gespeeld te worden.

                 9.                           b7 – b5                 Dit vind ik de beste zet. Als je niet aanvalt, zal je geen partij winnen. 9.          d6 – d5 is een goed alternatief.

                10. Lc4 – a2                                       10. Lc4 – b3 beveel ik hier aan. De ontwikkeling van de witte damevleugel wordt er door de gespeelde zet niet eenvoudiger op.

                10.                          Ta8 – b8              Anticipeert op of 11. a3 – a4 of 11. c3 – c4.

                11. Pb1 – d2                                      11. Lc1 – e3 beperkt de zwarte mogelijkheden meer.

                11.                          b5 – b4                 Zeker niet de beste zet. Wit kan hierdoor makkelijker een plan trekken. Vanuit zwarts oogpunt wel logisch. Psychologisch dus een goede zet. Ook psychologie speelt immers een belangrijke rol in het schaakspel.

 

 

                12. a3 x b4          c5 x b4                

                13. d3 – d4                                         Wat zal ik zeggen: Eindelijk?

                13.                          Pf6 – h5               Eerst 13.              Dd8 – c7 is normaler, maar Willem bereidt hier een aanval à la Michael Tal voor.

 

 

                14. La2 – d5                                       Fout. 14. Pd2 – c4 houdt het veld f4 onder controle. Dit lijkt mij toch wel belangrijk in deze stelling.

                14.                          Dd8 – c7             

                15. Dd1 – a4       Pc6 – d8               Met deze zet hoor je niet te winnen, maar geeft wit wel de meeste mogelijkheden om fouten te maken.

                16. c3 x b4                                         16. Ld5 – c4 lijkt mij de veiligste zet. De gespeelde zet wint slechts een dubbelpion.

                16.                          Ph5 – f4               Jetzt geht’s los.

                17. Ld5 – c4                                        17. Ta1 – a3 is beter, maar kom daar maar eens op.

                17.                          Lc8 x h3               Dit is à la Michael Tal. Hartstikke leuk gespeeld. Een goede mogelijkheid aangezien wit de damevleugel niet goed heeft ontwikkeld. Er staat met name een heel zielige witte loper op c1.

 

 

                18. g2 x h3          Pf4 x g3+            

                19. Kg1 – f1        Dc7 – c8              

 

 

                20. Kf1 – e2                                       20. e4 – e5 lijkt de beste zet, maar wit blijft het moeilijk houden. Met andere woorden zijn stelling is momenteel een zootje. Is er nog een veilige haven voor de witte koning?

                20.                          Pd8 – e6              Eerst 20.              Dc8 – g4 is in theorie beter, maar de gespeelde zet maakt de keuzes voor wit moeilijker. Zie de volgende zet van wit.

21. Lc4 x a6                                        Een rampzalige zet; ook wel een blunder genoemd.

21. Te1 – h1 had gemoeten ter beveiliging van de koningsvleugel en geeft de witte koning het extra veld e1.

                21.                          Pe6 – f4+           

                22. Ke2 – d1                                      22. Ke2 – e3 was nog de enige zet, waarna zwart met 22.          Pf4 – g2+ in ieder geval remise kan maken.

                22.                          Ph3 x f2+           

Laat het nou mat zijn! ��

Willem schreef mij: “Nu pas zag hij dat het mat was,

verbouwereerd gaf hij me een hand.”

 

 

 

 

 

 

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------ 

 

Partijbespiegeling

 

Wolter Obbink schreef mij:

Hierbij een 'pronkpartij' uit mijn bijna veertig jaren lidmaatschap van Schaakvereniging Middelburg. Een Franse opening, die in de jaren '80 populair was. Deze opening werd op de vereniging vooral gepromoot door de enthousiaste Ad van der Weel. Je weet er alles van. Zo kregen we in de competitie veel ervaring met het Frans. Je vindt het terug in mijn partij tegen John van der Wiel.

Zwart offert twee pionnen op de koningsvleugel om ze later met rente terug te verdienen en kan de gevaarlijke opmars van de witte h-pion tegenhouden en heerst in het centrum.

Wit verliest een kwaliteit en zwart stelt remise voor wat meteen wordt geaccepteerd.

Het is een tactisch aanbod want zwart wil de partij door het steeds snellere tempo van zetten niet verliezen.

En het kost de GM teveel tijd om de eventuele winst te vinden, denk ik. Vandaar de acceptatie van mijn remiseaanbod.

Ik ben natuurlijk benieuwd naar je analyse-commentaar.

Is de Franse Opening met pensioen?

Waarom ontbreekt deze opening op de grote toernooien?

Mijn gedachten/ideeën over deze prangende vraag geef ik na de bespreking van deze simultaanpartij.

 

In een andere mail schreef Wolter mij: Hans Ree heeft eens gezegd, dat het schaakspel de moeite waard is om je leven aan te verknoeien.

Mijn opmerking hierop is de volgende: Veel mensen (jong en oud) verdoen nu hun tijd met

(a)sociale media, zoals daar zijn Facebook en twitter. Zijn continu bezig met hun mobiele telefoon. Een heel raar 'werkwoord' vind ik appen. Ik heb steeds meer affiniteit en sympathie gekregen voor en met Indianen met hun rooksignalen.

Om ook eens iets moderns te schrijven: waarom spreken mensen elkaar steeds minder

face-to-face? Eén van de laatste kennis, die ik in mijn werkzame leven nog heb opgedaan, is de terminologie van het 'click-call-face' principe. Dit houdt in dat als iemand informatie van een organisatie wil als eerste handeling de internetsite van deze organisatie moet afstruinen en deze organisatie eventueel moet e-mailen, vervolgens kan proberen om telefonisch contact te krijgen en als de nood het hoogst is, kan proberen om een gesprek met een medewerker van deze organisatie aan te vragen.

De moderne tijd; net wat je zegt...

maar het maakt me wat melancholiek.

 

Wit:     J. van der Wiel (simultaangever)

Zwart: W. Obbink

 

Gespeeld in Middelburg op 18 december 1987   partij

 

 1) e4 e6 2) d4 d5 3) Pc3

Goede alternatieven: 3) Pd2 en 3) e5 Van 3) Pd2 heeft Karpov zich regelmatig bediend. Dit vond ik zelf de meest onplezierige zet om tegen te spelen.

 

3) ... Lb4 4) e5 

 Zo hoort het gespeeld te worden.

 

4) ... c5 5) a3

 5) Ld2 vind ik de lafste zet in deze stelling 5) Dg4 is een interessant obscuur variantje.

5) ... Pe7 6) Pf3 cxd4 7) Pxd4 en na 7) ... 0-0 staat zwart goed.

 

5) ... Lxc3 6) bxc3 Dc7

Dit vind ik de juiste zetvolgorde voor zwart.

 

7) Dg4

Wit probeert nog wat met weinig risico, maar is op topniveau niet de beste mogelijkheid.

 

7) ... Pe7

7) ... f5 is een prima zet dankzij de zwarte dame op c7.

 

8) Dxg7 Tg8 9) Dxh7 cxd4 10) Pe2 dxc3 11) f4 Pc6 12) Le3

Een heel solide zet. Slaan op c3 was ook mogelijk, maar leidt tot onoverzichtelijke complicaties.

 

12) ... Da5 13) Lf2

Direct 13) h4 waarom niet?

 

13) ... Ld7

13) ... b6 is beter.

 

14) h4 0-0-0 15) Th3

15) Dd3 is beter.

 

15) ... Pf5 16) Td1 Dxa3 17) Pxc3 Da5 18) Td2 Tdf8 19) Dh5 Da1+ 20) Dd1 Dxd1+

21) Kxd1 f6 22) exf6 Txf6 23) h5 Th6 24) Pe2

24) Th2 was de aangewezen zet.

 

24) ... Pd6 25) Ke1 Pe4 26) Pg3 Pxd2

Met de vraag voelt u iets voor remise? En zonder nadenken 'Daar voel ik alles voor'.

Remise dus.

 

 

 

De Franse opening is volgens mij niet meer in zwang. Victor Korchnoi en Nigel Short hebben beiden vaak deze opening gespeeld. De Caro-Kann heeft denk ik deze opening verdrongen.

Waarom weet ik niet. Weet de computer te veel van het Frans? Is de Caro-Kann in dit computertijdperk flexibeler?

 

 

  

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

De namen van schakers en hun betekenis

(niet wetenschappelijk verantwoord)

 

 

Loek van Wely.

Een robuuste voornaam en een fluweelzachte achternaam.

 

Hans Bouwmeester.

Hij wist op constructieve wijze ons te leren schaken met zijn prismaboekjes. Kent de huidige jeugd zijn boekjes nog of zijn ze volkomen verloren gegaan in het computertijdperk.

 

Jan Hein Donner.

De eerste Nederlandse schaker die zich full prof schaker durfde noemen. Hij is heel bekend geworden door zijn korte verliespartijen. Het boekje de match Luteijn-Donner geeft hierin een leuk inkijkje. Donner is het Franse woord voor geven. Even verlengen tot weggeven of opgeven. Donner hield van leven. Rookte als een ketter en was niet vies van een bacardi cola. Hij heeft vele mooie partijen en prachtige schrijfsels over met name schaken nagelaten. Was bevriend met Harry Mullisch, wat duidelijk blijkt uit het boek ‘De ontdekking van de hemel’. Samen waren ze ook ooit op Cuba. Zijn eerste prijs - gewonnen in Venetië in 1967 - wilde hij schenken aan  het Medisch Comité Vietnam.

 

Jorden van Foreest.

Een prima naam voor een kasteelheer. Je zou niet vermoeden dat hij zich zou verlagen tot het doen van torenzetten achter een schaakbord.

 

Hans Ree.

Werd grootmeester en meermaals Nederlands schaakkampioen tot groot ongenoegen van Donner. Een wis- en natuurkundige. Had hij niet meer van zijn leven kunnen maken? Nu hebben we in Nederland de jonge grootmeester Benjamin Bok. Een tweekamp Ree - Bok zou ik enorm toejuichen. De prangende vraag is: Wie wint er als Ree een Bok schiet.

 

Lodewijk Prins.

Een mooie voornaam; echter een prins die nooit koning kon worden. Hier kan Donner heel tevreden over zijn.

 

Vasily Smyslov.

Een sluipmoordenaar. Op kousenvoeten op het schaakbord de tegenstander overrompelen.

 

Robert James Fischer.

Echt geen naam voor een wereldkampioen schaken. Zijn roepnaam Bobby is gelukkig wel stoer.

 

Michail Tal.

Hij hoort natuurlijk achter en op het schaakbord. Een toren op a1 kan helemaal niets. Er moeten eerst stukken worden verzet om de toren op a1 te kunnen activeren. Daarna kan hij gevaarlijk worden. Echter nooit een dame. In mijn ogen de grootste schwindelaar aller tijden. In het huidige computertijdperk worden korte metten gemaakt met zijn zetten.

 

Michail Botvinnik.

Hij speelde een partij tot op het bot door en won heel veel partijen. Logisch.

 

Max Euwe.

Een prima naam voor een wereldkampioen. Hij zal eeuwig voortleven in de gedachten van de schaakwereld.

 

Jan Timman.

Dit komt over als een heel flexibele schaker. Helaas net te weinig voor de absolute wereldtop. Wel eens de ‘best of the west’.

 

 

Nu de in mijn ogen beste namen voor topschakers. Alle beginnen met een K.

Tussen haakjes: Carlsen klinkt ook als een K.

 

Pauk Keres.

Hem is het nooit gelukt.

 

Anatoli Karpov.

Een fantastische schaker. Dit vindt Magnus Carlson ook. Mag ik ook zeggen dat ik dit vind; ja dat mag ik.

 

Garry Kasparov.

Hij was de eerste die bewees dat de computer beter kan schaken dan de mens. Voor mij was schaken daarna niet meer leuk. De sport gewichtheffen is immers ook zinloos als je weet dat er machines zijn die vele malen meer gewicht kunnen heffen.

 

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Partijbespiegeling

 

Deze keer een partij gespeeld tussen Piet Goedbloed en Dick Wolters. Piet was ooit (ook in een inmiddels behoorlijk ver verleden) een jeugdig Zeeuws talent en heeft eenmaal meegedaan aan het Nederlands jeugdkampioenschap schaken.

Het enige wat ik van Dick weet, is dat hij een kledingzaak in Domburg heeft en dat hij een prettige persoon is. Achter het schaakbord is hij niet vredelievend. Zie deze partij.

 

Piet Goedbloed – Dick Wolters partij

Gespeeld op 2 december 2016 in de interne competitie van SV Middelburg.

  

1.e4 e6 (Den Franschen opening. Deze opening behoorde ook tot mijn favoriete repertoire. Zie https://nl.wikipedia.org/wiki/Frans_(schaakopening).) 2.d4 d5 3.Pc3 (Andere goede mogelijkheden: 3. Pd2 of direct 3. e5) 3...Lb4 (Deze zet had ook altijd mijn voorkeur.) 4.a3 (4. e5 is hier - vind ik - de normaalzet.) 4...Lxc3+ (Lijkt mij de enig juiste zet.) 5.bxc3 dxe4 (Met 6. ... f5 heb ik in de Belgische competitie wel eens geëxperimenteerd. Ik vind deze variant nog steeds interessant, maar ik denk wel dat deze wat dubieus is.) 6.Dg4 Pf6 7.Dxg7 Tg8 8.Dh6 c5

 

 

 

 

((Te) ambitieus. 8. ... Tg6 verdient volgens mij de voorkeur.) 9.Dd2 (9.Pe2 is beter.) 9...Pc6 (9. ... Dc7 is hier de beste zet.) 10.Pe2 b6 (Een goed plan is ook 11. ... Da5 om zo snel mogelijk lang te rokeren.) 

 

 

 

 11. Pf4 (11. dxc5 verdient de voorkeur, omdat het voor zwart dan niet meer aantrekkelijk is om lang te rokeren.) 11...Pe7 (De beste variant voor zwart is 11. ... cxd4 12. Lb5, Ld7 13. cxd4, Pxd4 en zwart heeft een pion gewonnen.) 12.Lb5+ (12. Lb2 gevolgd door lange rokade is hier het beste plan voor wit. Het oogt niet zo logisch, maar de stelling is ook niet zo normaal.) 12...Ld7 13.a4 (Dit is de juiste zet. De a-lijn kan mogelijk geopend worden en de loper op c1 krijgt extra ontwikkelingsmogelijkheden.) 13...Lxb5 (13. ... cxd4 is een gelijkwaardige mogelijkheid.)

 14.axb5 e3?  

 

 

 (14. ... cxd4 is hier de aangewezen zet. De witte pion op c2 kan voor zwart dan een extra aanknopingspunt worden. De gespeelde zet leidt - mits wit het goed speelt - tot 'een pion kwiet variant'. Probeerde zwart met deze zet verwarring te zaaien in het witte kamp? Dan is dit - gezien het verdere verloop van de partij - jammerlijk mislukt.) 15.Dxe3 (15. fxe3 is beter om drie redenen: het witte pionnencentrum wordt versterkt, het geeft wit een mooie halfopen f-lijn en g2 wordt extra gedekt. Mogelijk was wit - ten onrechte - bang voor een niet meer te verjagen paard op e4.) 15...Pf5 (15. ... cxd4 is beter.) 16.Df3 (16. De5 gevolgd door snel kort rokeren geeft wit betere kansen.) 16...cxd4 (De beste mogelijkheid.) 17.Dc6+ 

 

 

 

 

(Dit vind ik ook de beste zet.)17...Pd7 (17. ... Kf8 is beter. Een relatief veilig heenkomen naar g7 voor de zwarte koning is beter dan het zich niet verroeren op het veld e8. Bovendien worden met de 'vlucht' naar g7 de zware zwarte stukken op de achtste rij met elkaar verbonden.) 18.cxd4 (Er had beter gespeeld kunnen worden: 18. 0-0 , een goede ontwikkelingszet, die tevens de witte koning veilig stelt, en na 18. ... Tc8 19. Pxf6! Vraag het maar aan de computer. Het resultaat is dat de zwarte koning 'stuck in the middle' is with no possibility to escape from Alcatraz of zo.) 18...Pxd4 (18. ... Tc8 is beter. 19. De4, Pf6 20. Dd3, Dxd4 en zwart wikkelt af naar een goed te spelen eindspel.) 19.De4 Pf6 (19. ... Pxb5 is te riskant.) 20.Dd3 e5 (20. ... Tc8 is beter.) 21.c3 

 

 

 (21. Lb2 is eufemistisch uitgedrukt veel beter.) 21...exf4 (21. ... Pb3 is dodelijk.) 22.Dxd4 De7+ 23.Kf1 Td8

 

 

(Wit geeft te vroeg op. 24. La3 ziet er goed uit voor wit.) 0-1

 

 

 

Een paar herinneringen.

In mijn jeugdjaren hadden wij een schaaklokaal in Hotel Pax. Een betere schaaklocatie kan ik mij niet herinneren.  Als broekies van een jaar of tien gingen wij daar naar het jeugdschaken. Mijn neef Alex Jonkheer vertelde dan onderweg altijd spannende verhalen. Het blad de Ahrend met kapitein Daan Durf en Gogol en Harry Tweet waren inspiratiebronnen. Ík won in die tijd het boekje ‘Onraad op Mars’ waar ik niets aan vond.

In die tijd hadden we toen ik zo’n zestien jaar was de heer Matena in onze competitie bij de senioren. Een aimabele persoon. Hij placht tijdens elke partij die hij speelde te zeggen: Het is een toestand in Marokko. Voor zover ik weet, kwam dit voort uit het feit dat hij als klokkenmaker in Parijs had gewerkt. Marokko was destijds tenslotte een kolonie van Frankrijk geweest. Zijn opening met 

wit : e2-e4  Pg1-e2  Pe2-g3  Lf1-e2  O-O en  Le2 – f3. Natuurlijk wel anticiperend op wat zwart zette. Het heeft mij hoofdbrekens gekost om deze openingsopzet te breken.

 Als laatste de heer Jan Midavaine. Een leuke man. Toen ik nog jong was, wist hij mij angst in te boezemen door in een vroeg stadium h2 - h4 te spelen. Later vernam ik dat hij thuis nog tot zeer hoge leeftijd gymnastische oefeningen in de ringen deed

  

   

 

 

 

 

------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Partijbespiegeling

 

Eindelijk weer een partij van mijn kluppie van jongs af aan (vanaf mijn achtste jaar). Gespeeld op 9 september van dit jaar in de onderlinge competitie van Middelburg.

Ik dank good old Ad van der Weel voor het ‘durven’ opsturen van zijn leuke partij J. Dit zouden veel meer clubschakers van Middelburg moeten doen/durven. Slechte zetten zal ik met de mantel der liefde bedekken.

Ad van der Weel heeft heel grote verdiensten voor onze schaakclub gehad. Met name denk ik aan de redactie van ons destijds prachtige en inhoudrijke clubblad en zijn bestuursfunctie (secretaris) binnen de vereniging. Qua schaken een echte “Draufgänger” en gewaardeerd sterke speler van

Middelburg I. Niet alleen ik voelde me niet altijd even prettig in bepaalde stellingen, die ik tegen hem op het bord kreeg.

Hier heeft Ad zijn leven mee bekostigd: https://nl.wikipedia.org/wiki/Betonning

Ook hiervoor verdient hij in mijn ogen veel respect.

Een anekdote (gedurfd): Peter Rotte was destijds penningmeester van onze schaakclub en ging op bezoek bij Ad in Arnemuiden. Hij belde aan en vroeg aan de jongedame die open deed: is je vader ook thuis? Hierop deelde zij hem mee dat zij zijn echtgenote was.

 

Ad schreef over deze partij:

 

Op 9-9-2016 (2e ronde) heb ik een partij gespeeld tegen Gerard Poortvliet (die ik niet kende) welke ik verreweg al de beste beschouw in mijn "nieuwe" periode.

Ik laat hem hieronder volgen ter beoordeling:

  

 

                1.            e2 – e4                 e7 – e5

                2.            Pg1 – f3                d7 – d6                                Wordt nog maar zelden gespeeld.

                3.            d2 – d4                                                                3. Lf1  -  c4 vind ik een goed alternatief.

                3.                                            e5 x d4                                 Sinds het computertijdperk wordt dit soort stellingen gewoon weer gespeeld.

                4.            Pf3 x d4                Pg8 – f6                               Zwart heeft minder ‘Lebensraum’

- excusez le mot - en dient zich nauwkeurig te ontwikkelen. Toch aardig om dit in een Nederlandstalig stukje op te schrijven.

                5.            Pb1 – c3               Lf8 - e7

                6.            Lf1 - c 4                                                                6. Lc1 - f4 is ook een goede mogelijkheid.

                6.                                            O – O

                7.            O – O                    Lc8 – g4                               7.            Pb8 - c6 vind ik hier de normaalzet.     8.            f2 – f3                                                                  Ça va sans dire. Het is toch goed om de talenkennis van een schaker (verder) te mogen ontwikkelen.

                 8.                                            Lg4 – h5                              8.            Lg4 - d7 is beter. Daarom beter 7.            Lc8 - g4 maar niet gespeeld.

                 9.            Lc1 – e3                                                              Twee goede alternatieven zijn: 

9. Pd4 - f5 en  9. Pd4 - e2

 

 

                  9.                                            Pb8 – d7                              9.            Lh5 - g6 verdient hier de voorkeur. In ieder geval lijkt mij een paard op c6 beter te staan omdat mijns inziens een dubbelpion op de c - lijn er goed uit ziet voor zwart.

                10.          Dd1 – d2                                                             10. Pd4 - f5 en 10. Pd4 - e2 zijn in mijn ogen betere alternatieven. De gespeelde zet vind ik echt een sjablone zet.

                10.                                         Pd7 – e5                              Of direct 10.     Lh5 - g6

                11.         Lc4 – b3               a7 – a6                                 11.          h7 – h6 is hier de veiligste zet.

                12.          a2 - a4                                                                               12. Pd4 - f5 is beter.

                12.                                         Lh5 - g6

                13.          Pd4 - e2             Pf6 - d7                             13.          h7 – h6 is nauwkeuriger.

                14.          Pe2 - f4              h7 - h6                                14.          Pd7 - c5 is logischer.

                15.          Pf4 x g6              Pe5 x g6

                16.          f3 - f4                                                                 Wit heeft ruimtevoordeel en

een mooi loperpaar.

 

               

                16.                                         Kg8 - h8                             Goede raad is duur voor zwart.

                17.          Tf1 - f3                                                              17. Ta1 - d1 is niet de zet van een Draufgänger.

                17.                                         Le7 - f6                              17.          Pd7 - f6 is beter.

                18.          Tf3 - h3                                                             Typisch Ad. Hij kan zijn aanvalslust niet bedwingen.

 

               

                18.                                         Pg6 - e7                             18.          Lf6 x c3 biedt nog de meeste weerstand.

                19.          f4 - f5                                                                Het roofdier ruikt zijn prooi.

                19.                                         Pe7 - g8

 

               

                20.          Ta1 - f1                                                             20. g2 - g4 is hier de zet.

                20.                                         Pd7 - e5                            20.          Lf6 - e5 verdient de voorkeur.

                21.          Pc3 - d5              c7 - c6                                Zwarts enige overlevingskansen biedende zet was hier 21.            Pe5 - g4

                22.          Le3 x h6             g7 x h6

                23.          Th3 X h6            Kh8 - g7

                24.          Pd5 x f6             Pg8 x h6

                25.          Dd2 - g5 +         Pe5 - g6

                26.          Pf6 - h5 +          Kg7 - h7

 

              

                27.          f5 - f6                  Dd8 - d7                            27.          Dd8 - b6 + gevolgd door Db6 - c5  geeft zwart de winst.

                28.         h2 - h3                Ta8 - e8

                29.          Ph5 - g3             Te8 - e5

                30.          Pg3 - f5              Ph6 x f5

                31.          e4 x f5                  Tf8 - e8

                32.          Dg5 - h5 +         Kh7 - g8          

                33.          Dh5 x g6 +                                      Opgegeven.

 

 

 

 

 

 

 

--------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Partijbespiegeling

 

Schaken met dominees IV.

 

Nogmaals door het stof tegen een dominee: Jan Seeleman. Hij was beroepen op

Schouwen-Duiveland en ging spelen bij Schaakvereniging Zierikzee. Voor zover ik me kan herinneren werd hij indertijd tijd Zeeuws kampioen. In 1978 en 1979 werd hij in ieder geval kampioen van deze club. In 1978 voor Mr. Jan Jacob van den Ende, destijds notaris te Zierikzee. Een notabele waar ik als broekje behoorlijk tegen op keek. Nog heel goed herinner ik me dat ik op achttienjarige leeftijd (we schrijven het jaar 1970) met wit van hem wist te winnen in een Drakenvariant van het Siciliaans. In die tijd dacht ik vol overtuiging dat wit in die variant ook altijd zou moeten kunnen winnen. Bobby Fischer was in die tijd mijn grote inspirator. Als “Schakend Nederland” in de bus viel waren de partijen van Bobby Fischer mijn favorieten met op de tweede plaats de gepolijste partijen van Vassily Smyslov:

https://nl.wikipedia.org/wiki/Vasili_Smyslov

Het computertijdperk heeft de mogelijkheid om het schaken te volgen een enorme boost gegeven. We hoeven niet meer naar schaaktoernooien toe en kunnen via internet toernooien wereldwijd prachtig volgen. Vaak met live commentaar. Bijvoorbeeld via de volgende internetsites: https://arena.chessdom.com/#/stream_tournaments/list

https://chess24.com/en

Ook Philip Du Chattel: http://www.chessgames.com/perl/chessplayer?pid=28138 inspireerde mij tot het spelen van de volgende variant. Toen ik hem voor het eerst zag spelen, begreep ik niets van zijn spel.

Met ‘dank‘ of ‘tegen wil en dank’ aan Martin Krijger uit Zierikzee de volgende partij.

 

Wit:       J. Seeleman

Zwart:   C. de Wolf

 

1. e2 – e4       g7 - g6                                Vroeger speelde ik van alles. Later werd het

Frans of – afhankelijk van mijn bui of tegenstander - Caro-Kann. Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Caro-Kann

Zie over de Franse opening bijvoorbeeld: http://www.schaakzone.nl/strategie/goed-paard-vs-slechte-loper-4.php

Victor Korchnoi speelde vaak Frans. Zie bijvoorbeeld:

https://chess24.com/en/read/news/peter-svidler-on-viktor-korchnoi

                 2. d2 - d4        c7 - c6

                 3. Pb1 - c3      d7 - d5

                 4. e4 - e5        h7 - h5                Een stijlvolle zwarte stelling vind ik. Misschien komt dit ook omdat ik de damsport heel mooi vind.

 

 

5. Lf1 - d3     Pg8 - h6               Eerst  5.               Pb8  –  a6  is - denk ik - beter. Mogelijk vervolg  6. a2 - a3   Pa6 - c7.

                 6. Pg1 - f3       Lc8 - g4               Dit vind ik de meest consequente zet. Ook al is deze zet misschien niet de beste.

                 7. h2 - h3        Lg4 x f3              7.            Lg4 - f5 is beter, maar paste niet zo zeer in mijn speelplan.

                 8. Dd1 x f3     e7 - e6               

                 9. g2 - g4         Dd8 - h4             Deze zet deugt niet. Een lelijke afzwaaier.  

9.            Ph6 - g8 was de aangewezen zet. De zwarte dame raakt helaas voor mij nu op een dwaalspoor.

                10. Pc3 - e2      Th8 - g8              10.          c6 - c5 was kansrijker.

                11. Th1 - g1                                     Direct 11. g4 - g5 brengt de zwarte dame in het nauw.

                11.                         h5 x g4               De dame op h4 blijft een zorgenkindje. Dit geldt overigens voor de hele h-lijn.

                12. h3 x g4       Pb8 - d7             12.          Lf8 - g7 is nog de beste zet. Zie het vervolg: 

13. Tg1 - h1 Dh4 x g4 14. Df3 x g4 Ph6 x g4 15. f2 - f3 Pg4 - h6 16. Th1 x h6 Lg7 x h6 Th1 x h6 en wit staat riant en moet zeker winnen. Dit was voor zwart echter nog de beste mogelijkheid om te blijven tegenspartelen.

 

Diagram na 12. h3xg4

                13. Lc1 - d2                                     Wit heeft geen haast. Zwart kan zijn probleem op de h-lijn immers toch niet oplossen.     

                13.                         O-O-O

                14. O-O-O          Lf8 - g7               Na 14.                  Dh4 - e7 volgt 15. Df3 - h3 waarna stukverlies niet te vermijden is. Wit vervolgt op enig moment dodelijk met f2 - f4.

 

Diagram na 14. 0-0-0

                15. g4 - g5                                       De zwarte dame gaat nu naar de Filistijnen

( https://www.youtube.com/watch?v=CQIK3Te9Coo ). Misschien wel te heftig…

                15.                         Ph6 - f5              Zwart heeft niet beter.

                16. Tg1 - g4      Dh4 - h2

                17. Td1 - h1     Pf5 x d4

                18. Pe2 x d4    Pd7 x e5            Na  18.                  Dh2 x e5 ontsnapt de zwarte dame, maar blijft wit een stuk voor.

                19. Th1 x h2                                    En opgegeven door zwart.

 

 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Partijbespiegeling

 

Na twee winstpartijen tegen dominees ga ik in mijn volgende bijdragen tweemaal door het stof tegen een dominee.

Dit doet natuurlijk pijn, maar ik zal blijmoedig de volgende twee bijdragen leveren.

De eerste verliespartij is tegen emeritus predikant Wolter Obbink. Hij stimuleert mij om door te gaan met deze rubriek ondanks deze verliespartij die hij mij stuurde.

Ik kom er niet onder uit om deze partij te publiceren.

 

Gespeeld op 18 november 2001. partij

 

                 1. d2 – d4         Pg8 – f6

                 2. c2 – c4          g7 – g6

                 3. Pb1 – c3       d7 – d5                 Grünfeld-Indisch vind ik een heel interessante opening. De Ben-Oni en het Konings-Indisch behoren ook tot mijn favorieten. Van het Slavisch en bijvoorbeeld ook het Geweigerd damegambiet raak ik niet in vervoering.

 

 

                  4. Lc1 – g5                                       Een leuke zijvariant. De hoofdvariant is 4. c4 x d5 Pf6 x d5 5. e2 - e4 Pd5 x c3 6. b2 x c3 enz.

4.                            Pf6 - e4              De beste mogelijkheid dacht ik zo. Gisteren (27 september 2016) In Riga (Tal Memorial) speelde Nepomniachtchi tegen Svidler 

4.            Lf8 – g7 en haalde in mijn ogen een ruime en gemakkelijke remise.

                 5. Pc3 x e4     d5 x e4

                 6. e2 - e3        Lf8 - g7

                 7. Dd1 - a4 +                                 7. Pg1 - e2 is gebruikelijk en naar mijn inschatting

ook wel iets beter. Verder is 7. Dd1 - b3 en op enig moment  gevolgd door lange rokade een aanlokkelijke variant voor wit.

                 7.                          Lc8 - d7              7.            Dd8 - d7 is misschien een tikje beter, maar als je wil winnen, wil je liever niet in een vroeg stadium de mogelijkheid bieden om de dames te ruilen. Waar of niet?

                 8. Da4 - a3                                     Het veld e7 wordt enigszins hinderlijk onder schot genomen.

 

 

                 8.                          f7 - f6                  Het is wel grappig dat in deze stelling zowel a7 - a5 als h7 - h5 goede alternatieven zijn.

 9. Lg5 -  h4      h7 - h5                De zet van een ‘Draufgänger’, maar helaas voor mij niet de

beste zet.

                10. f2 - f3          g6 - g5               

                11. Lh4 - f2       Ld7 - f5              

                12. Pg1 - e2     e4 x f3

                13. g2 x f3        h5 - h4

                14. h2 - h3        Pb8 - c6             

                15. Pe2 – c3       a7 - a5

                16. O – O -O      Pc6 - b4

                17. e3 - e4        Lf5 - g6

                18. Da3 - b3                                      18. c4 - c5 is ook een goede mogelijkheid.

                18.                         Dd8 - c8             

                19. a2 - a3        Pb4 - c6              

                20. c4 - c5                                        De aangewezen zet.

 

 

                20.                         Lg6 - h5              20.         Lg6 - f7 is beter.           

                21. Lf1 - e2       Lg7 - h6              Een curieuze opstelling van de zwarte lopers.

 

 

                22. Kc1 - b1                                     22. Lf2 - e3 is een goed alternatief.

                22.                         Pc6 - d8              Op zoek naar goede velden.

                23. d4 - d5                                       De witte stelling ziet er nu echt wel mooi uit.

                23.                         Pd8 - f7              e5 is natuurlijk een mooi veld voor het zwarte paard.

                24. Lf2 - d4       Pf7 - e5              24.          Ke8 - f8 is mogelijk taaier.

                25. Ld4 x e5     f6 x e5                               

                26. d5 - d6                                       Zwart heeft na deze zet geen goede verdediging meer.

 

 

                26.                         e7 x d6

                27. c5 x d6        c7 x d6

                28. Td1 x d6     Lh5 - f7               Elke zet verliest.

                29. Db3 - b5 +                                29. Db3 - b6 is mogelijk iets nauwkeuriger.

                29.                         Ke8 - f8

                30. Th1 - d1                                     De normaalzet van een menselijke schaker. Een computer weet het misschien nog beter.                              

                30.                         Dc8 x h3

                31. Db5 x e5    Kf8 - g8

                32. Pc3 - d5      Lh6 - g7

                33. De5 x g5    Dh3 - g3            

                34. Pd5 - f6 + Kg8 - f8

                35. Td6 - d8     Lf7 - e8

                36. Dg5 - c5 + Kf8 – f7

                37. Le2 - c4      Kf7 X f6

                38. Dc5 - f5 + Kf6 - e7

                39. Df5 - e6 + Ke7 - f8

                40. De6 x e8 + mat                       Ik vind dat je een tegenstander ook de eer moet gunnen om je de genadeklap uit te delen.

 

 

 

 

 

 

 

  ------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- 

Partijbespiegeling

 

Schaken met dominees II.

 

In mijn vorige partijbespiegeling gaf ik aan ook een partij die ik tegen dominee W.B. Obbink heb gespeeld te bespreken. partij

 

Wit:       C. de Wolf

Zwart:   W.B. Obbink

 

Gespeeld 12 april 1996 (dit is de dag waarop ik 44 jaar werd; nog 21 jaar te werken!?) Het werden uiteindelijk nog ruim 18 jaar.

 

                 1. d2 – d4         d7 - d5

                 2. c2 - c4         e7 - e6                2.           c7 - c6  acht ik een gelijkwaardige mogelijkheid. Andere - ook goede mogelijkheden – vind ik persoonlijk toch wat minder. Dit hangt ook samen met jouw speelstijl.

                 3. Pg1 - f3                                      In mijn ogen de meest flexibele zet in deze opening. Dit paardkan voorlopig niet lastig worden gevallen. Met bijvoorbeeld 

3. g2 - g3 geeft wit direct veel meer duidelijkheid over zijn plannen. En op 3.                Lf8 - b4 + kan wit nu nog kiezen hoe hij dit schaak opheft.

                 3.                          Pg8 - f6              Na 3.     Lf8 – b4 + ligt het meest voor de hand dat wit 4. Lc1 - d2  speelt, omdat – gezien de pionnenstructuur – dit de slechte witte loper is.

                 4. Pb1 - c3      Lf8 - e7               Er zijn hier veel goede alternatieven.  c7 - c6 , Lf8 - b4 , c7 - c5 en Pb8 - d7 . Deze laatste zet kan leiden tot de Cambridge Springs Verdediging, waar ik wel een zeker zwak voor heb. Ik vind dit een mooie dynamische variant. Voor zowel wit als zwart een aanrader en een uitdaging.

Zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Geweigerd_damegambiet

en: https://en.wikipedia.org/wiki/Queen%27s_Gambit_Declined,_Cambridge_Springs_Defense

                 5. Lc1 - g5                                      Voor de Cambridge Springs Verdediging heeft zwart nu een tempo verloren. Daarom durf ik nu deze zet zeker wel te spelen.         

                 5.                          Pb8 - d7            

                 6. e2 - e3                                       Dit vind ik voor wit een ideale stelling om verder te schaken en te gaan winnen.

                 6.                          O - O                   6.           h7 - h6 en 6.                  c7 - c6 zijn de alternatieven.

                 7. c4 x d5                                       7. Dd1 - c2 beschouw ik als de meest ambitieuze zet. De gespeelde zet houdt de partij strak en geeft zwart weinig mogelijkheden.

                 7.                          e6 x d5                                7. Pf6 x d5 is een gelijkwaardig alternatief.

                 8. Dd1 - c2                                     8. Ta1 - c1 en 8. Lf1 - d3 zijn de andere mogelijke zetten. De gespeelde zet vind ik de meest competitieve.

8.                          c7 - c6                 Voor een positionele speler is 8.             c7 - c5 denk

ik de meest onaangename zet.

                 9. Lf1 - d3       h7 - h6

                10. Lg5 - h4      Pf6 - h5             

                11. Lh4 x e7     Dd8 x e7

                12. O – O – O  Ph5 - f6             

                13. h2 - h3        Tf8 - e8             

                14. g2 - g4         Pf6 - e4             

                15. Ld3 x e4     d5 x e4

                16. Pf3 - d2      Pd7 - f6              Alle voorgaande zetten spreken voor zich.

 

 

                17. Td1 - g1                                      Elke menselijke schaker vindt dit toch de beste zet?

                17.                        b7 - b5                Te traag. 18.       c6 - c5 geeft zwart meer tegenspel.

                18. g4 - g5                                       Wie A zegt, moet ook B zeggen.

                18.                         h6 x g5

                19. Tg1 x g5     Lc8 - d7              Wij noemen dit een halve zet. 19.        g7 - g6 of 

19.        b5 - b4 zijn hier de aangewezen zetten.

                20. Tg5 - e5

 

 

                20.                    De7 - d6                  Zwart heeft niet beter.

                21. Pc3 x e4                                    21. Te5 - c5 is positioneel gezien hier de beste zet, maar deze simpele afwikkeling naar een gewonnen eindspel lijkt mij voldoende.

                21.                         Pf6 x e4            

                22. Pd2 x e4    Dd6 - g6             Zwart heeft niet beter.

                23. Te5 x e8 + Ta8 x e8             

                24. Pe4 - g3     Dg6 - e6            

                25. Kc1 - b1      a7 - a5                De manier voor zwart om nog wat te proberen.

                26. e3 - e4                                       26. h3 - h4 is mogelijk iets nauwkeurig.

                26.                         a5 - a4                Lijkt de meest aangewezen weg voor zwart om nog wat te proberen.

                27. h3 - h4        De6 - g4             Zwart heeft geen goede zetten meer.

                28. h4 - h5        Dg4 - g5

                29. Dc2 - c1      Dg5 x c1

                30. Th1 x c1     Kg8 - f8              Zwart kan hier ook opgeven.

                31. a2 - a3        Kf8 - g8              De nederlaag afwachtend.

                32. f2 - f4          Kg8 - f8               Als witspeler voel je je nu bijzonder prettig.

                33. f4 - f5          f7 - f6

                34. Kb1 - c2                                     Wit kan alles spelen om zijn stelling te verbeteren.

                34.                         Kf8 - e7

                35.  Kc2 - c3      Ke7 - d6

                36. Kc3 - b4                                     Zwart zit nu volledig in de tang. Wat een luxe in de ‘driver’s seat’ voor wit.

 

 

                36.                         Te8 - e7

                37. Tc1 - h1       Kd6 - c7              37.           c6 - c5 + is de grootste tevergeefse

tegensparteling.

                38. Kb4 - c5      Ld7 - e8

                39. h5 - h6        g7 x h6

                40. Th1 x h6     Te7 - g7

                41. Pg3 - h5     Le8 x h5

                42. Th6 x h5     Kc7 - d7

                43. e4 - e5        f6 x e5                               

                44. d4 x e5                                      Opgegeven door zwart. Mooiere eindstellingen kan ik zo gauw niet bedenken…

 

 

 

  

 ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------  

Partijbespiegeling

 

Schaken met dominees.

Ik spreek liever niet over schaken tegen dominees.

 

Ook met ds. Jan Seeleman heb ik in het Zeeuws kampioenschap gespeeld. Deze partij(en) heb ik (nog) niet kunnen vinden.

 

Wel heb ik partijen met de heren B.J.W. Schelhaas en W.B. Obbink. Beiden waren in een inmiddels ver verleden lid van onze schaakvereniging Middelburg.

Ds. Schelhaas was vrijzinnig hervormd. Aan de bar in ons clubgebouw “De Schakel” heb ik ondervonden dat hij niet geloofde zoals ik dat heb meegekregen. We spraken bijvoorbeeld over de Emmaüsgangers. Hij dacht heel anders over deze gebeurtenis in de bijbel dan ik was aangeleerd. Dit was voor mij een behoorlijke shock.

Met ds. Obbink heb ik nooit over het geloof gesproken. In mijn ogen was hij heel open en was zijn mening niet heilig. Mijn idee was wel dat hij geloviger was dan ds. Schelhaas. Maar wie ben ik om hierover te oordelen?

Ooit hadden wij op onze schaakvereniging speler en jeugdleider Jan Pieterse (streng gereformeerd; hier bedoeld de oudste van de twee Jan Pieterse’s), die stopte met schaken omdat Jezus aan een houten kruis is genageld en schaken met houten stukken op een houten bord wordt gespeeld…

 

Wit:       C. de Wolf

Zwart:   B.J.W. Schelhaas

 

Gespeeld 18 november 1994

 

                 1. d2 - d4        Pg8  - f6

                 2. c2 - c4         g7 - g6

                 3. Pb1 - c3      Lf8 - g7

                 4. e2 - e4        d7 - d6                Een onvervalste Konings-Indische opening; een ieder bekend,veronderstel ik.

                 5. f2 - f3  

 

 

Zie:

https://en.wikipedia.org/wiki/King%27s_Indian_Defence,_S%C3%A4misch_Variation

Mijn tweede voorkeur heeft Lf1 - e2.  Natuurlijk is bijvoorbeeld Pg1 - f3 ook goed.

Een schaakcomputerprogramma begrijpt de zet  f2 - f3 niet zo goed. (Een te positionele zet?)

                 5.                          O - O                   Pb8 - c6 is hier de meest uitdagende zet.

                 6. Lc1 - g5                                      Heerlijk toch om een loper te laten uitvliegen? Lf1 - d3 en ook Pg1 - e2 wil ik hier liever niet spelen. Dan blijven er niet veel goede andere zetten over.

                 6.                          c7 - c5                

                 7. d4 - d5        h7 - h6

                 8. Lg5 - e3      Pf6 - e8              Betere actievere mogelijkheden zijn hier: Pb8 - d7 of Dd8 - b6. Met een zet als deze win je geen partijen.

                 9. Dd1 - d2                                    Beter kan je ze niet bedenken.

                 9.                          Kg8 - h7             h6 -   h5 was beter, maar een gat op g5 ziet er ook niet prettig uit.                                       

                10. Lf1 - d3                                      h2 - h4 is aanvallender.

                10.                         f7 - f5  

     

                                                                                                                                                       

Even een opmerking: De zwarte stukken staan nu niet agressief opgesteld.

                11. e4 x f5        Lc8 x f5              

                12. Ld3 x  f5      Tf8 x f5              

                13. g2 - g4        Tf5   - f7

                14. h2 - h4        e7 - e6

                15. f3 - f4          e6 x d5               Lg7 x c3 is beter.

                16. Pc3 x d5     Pe8 - f6

                17. h4 - h5        Pf6 x g4           

Dit verliest.

 

               18. h5 x g6+     Kh7 x g6

                19. Dd2 - d3+ Tf7 - f5              

                20. Pg1 - f3      Lg7 - f6

                21. O - O - O Dd8   - d7

                22. Td1 - g1      h6 - h5

                23. Pd5 x f6     Kg6 x f6

                24. Pf3 - h4      Pg4 x e3

                25. Dd3 x e3    Pb8 - c6              Eindelijk mag dit paard ook mee doen. Helaas te

laat…

 

          

                26.  De3 - g3     Dd7 - f7

                27. Dg3 - c3+   Pc6 - d4

                28. Ph4 x f5     Kf6 x f5

                29. Tg1 - g5+   Kf5 - e6

                30. Th1 - e1     Ke6 - d7

                31. f4 - f5          Ta8 - e8

                32. Te1 x e8     Df7 x e8

                33. Tg5 - g7+   Kd7 - c6

                34. Dc3 - d2     Kc6 - b6

                35. b2 - b4                                      

 

 

 

 

 

Tegen het einde van de partij nog een vervelend zetje voor

zwart.  

                35.                         Pd4 x f5

                36. b4 x c5+     Kb6 - a6

                37. Dd2 - c3     De8 - a4

                38. Tg7 - g5       Pf5 - e7

                39. c5 x d6        Pe7 - c6

                40. Dc3 - b3                                      Zwart vond het nu wel genoeg en gaf op.

 

 

De volgende rubriek gaat over een partij van mij tegen Wolter Obbink.

Ik zou het erg op prijs stellen om reacties op mijn rubriek te krijgen. Enigszins het gevoel krijgen dat Middelburgse schakers waarderen wat ik op papier zet. Als dit niet het geval is, stop ik er toch gewoon weer mee?

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

In memoriam voor Wout van Wijnen

(op 23 juli j.l. overleden op vierenzeventigjarige leeftijd)

 

Wout was een heel aimabel en gedistingeerd persoon. Naast dat ik hem kende als schaker kende ik hem ook door zijn werk in de accountancy. Hij kwam heel bekwaam en accuraat over in zijn doen en laten. Zo ook achter het schaakbord. He was a friend of mine , I think and I hope he thought the same about me.

Zie: https://en.wikipedia.org/wiki/He_Was_a_Friend_of_Mine

Al op achttienjarige leeftijd werd hij - zoals Maarten Westerweele ook al schreef - in 1960 schaakkampioen van Middelburg. Dus: hij had echt talent voor het schaakspel.

Wat ik me herinner, is dat hij in die tijd gevreesd was om zijn kwaliteitsoffers.

Ik word heel verdrietig als ik dit schrijf.

 

Wit:       W. van Wijnen

Zwart:   E. van Hecke

 partij

 

Zie voor informatie over Ewoud van Hecke (ook al lang geen kleine jongen meer):

https://www.linkedin.com/in/ewoud-van-hecke-7427b712

 

                 1. Pg1 - f3       d7 - d5

                 2. c2 - c4         c7 - c6                 d5 - d4 geeft, vind ik, de meeste spanning. Er een ‘omgekeerde’ Ben-Oni van proberen te maken.

                 3. c4 x d5                                       Wit vermijdt in de opening elke spanning. In mijn ogen niet ambitieus, maar er is natuurlijk niets mis mee.

                 3.                          c6 x d5

                 4. g2 - g3         Pg8 - f6

                 5. Lf1 - g2       Pb8 - c6             

                 6. d2 - d4                                       Wit wil niet dat zwart zomaar e7 - e5 kan spelen. d2 - d3 en O - O zijn goede alternatieven en passen naar mijn inzicht beter in de witte speelstijl.

 

 

                 6.                          Dd8 - b6             Houdt elke mogelijke zet voor de zwarte loper op c8 open en verhindert een eventuele aanval op b7.             

                 7. Pb1 - c3                                     Deze zet of  O - O  zijn hier de normale zetten.

                 7.                          Lc8 - f5              

                 8. a2 - a3                                        Wat zeggen we dan: Een nuttig zetje.

                 8.                          e7 - e6

                 9. O - O           Lf8 - e7               Ik zou hier eerst h7 - h6 spelen.

                10. b2 - b4                                       Zou ik ook doen in deze stelling.

                10.                         O - O                   Waarom zwart pertinent weigert om h7 - h6 te spelen is mij een raadsel.

 

 

                11. Lc1 - b2                                      Hier is deze loper een verdediger. Niet slecht, maar kan het niet beter? Direct Pc3 - a4 houdt alle opties voor de witte loper op c1 nog open. Wit staat nu natuurlijk wel super solide.

                11.                         Tf8 - d8               Zullen we zeggen een zet met enorme diepgang?

                12. Ta1 - c1                                      Ik vind dit inmiddels een zware positionele partij. Een loopgravenoorlog?

                12.                         Ta8 - c8

                13. e2 - e3                                       Pf3 - h4 gooit de knuppel in het hoenderhok. Eindelijk vuurwerk. Wit doet het helaas niet.

                13.                         h7 - h6                Eindelijk deze verstandige zet. We hebben er lang op moeten wachten.

                14. Dd1 - e2     Pf6 - e4              Niet de beste zet.

                15. Pc3 - a4      Db6 - a6             Db6 - c7 is beter. Na 16. b4 - b5 Dc7 - a5 heeft zwart geen problemen.

 

 

                16. De2 x a6    b7 x a7               De witte stelling oogt nu wel mooi, maar is dit voldoende voor de winst?

                17. Pa4 - c5                                     Een paard op een veld dat niet meer te verjagen is. Gelukkig voor zwart nog wel af te ruilen.

                17.                         Pe4 x c5            

                18. d4 x c5                                       Nu heeft de witte loper ook weer perspectief. Kijkt weer ergens naar en niet alleen maar tegen zijn eigen witte pionnen aan.

                18.                         Tc8 - b8              De meest logische zet voor zwart om zijn damevleugel te fatsoeneren.

                19. Pf3 - d4      Pc6 x d4

 

 

                20. e3 x d4                                      Verstevigd de pionnenstructuur op de witte damevleugel, terwijl de witte loper op de zwarte velden altijd nog actief kan worden.

                20.                         a6 - a5                Wat anders?

                21. Lb2 - c3      a5 x b4

                22. a3 x b4       a7 - a5                De beslissende foutzet. Lf5 - d3 lijkt mij zeer wenselijk.

 

 

                23. b4 x a5       Tb8 - b3             Zwart valt een ontastbare loper aan…

                24. Tf1 - e1                                      Tf1 - d1 is nauwkeuriger.

                24.                         Le7 - g5

                25. f2 - f4          Lg5 - f6               Wie weet.

                26. Te1- d1       Kg8 - f8              g7 - g5 biedt wit nog de meeste mogelijkheden om het fout te doen.

                27. Lg2 - f1                                      Deze loper mag natuurlijk ook mee doen.

                27.                         Kf8 - e8

                28. a5 - a6        g7 - g5               

                29. Lc3 -   a5      Td8 - c8

                30. a6 - a7        g5 x f4

                31. Lf1 - a6        Tc8 - a8

                32. La5 - b6       f4 x g3

                33. La6 - b7      g3 x h2+

                34. Kg1 x h2     Tb3 x b2+

                35. Kh2 - g1     Lf6 - g5

                36. Tc1 - c3       Ta8 x a7

 

 

                37. Lb6 x a7      Tb2 x b7

                38. La7 - b6      Lg5 - f4

                39. Td1 - a1      f7 - f6

                40. Ta1 - a8+   Ke8 - f7

                41. Tc3 - b3      e6 - e5               

                42. c5 - c6         Lf4 - e3+            Zwart heeft op zicht twee mooie lopers. Helaas kunnen ze niets aanrichten. Vandaar maar deze zet.

 

 

                43. Tb3 x e3     Tb7 x b6

                44. c6 - c7         Tbc - c6

                45. Ta8 - a7      Kf7 - e6

                46. d4 x e5       d5 - d4                Zwart probeert nog wat.

 

 

                47. Ta7 - a6      Ke6 - d5

                48. Ta6 x c6      Kd5 x c6

49. e5 x f6                                       En terecht en zeker niet te vroeg opgegeven door zwart.  

 

 

 

 -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------  

 

Partijbespiegeling

ter leering ende vermaeck

 

Wit:       W. Punt

Zwart:   C. de Wolf

 

 

Gespeeld op 3 februari 1996 in de wedstrijd Vlissingen I – Middelburg I. partij

 

Ik moet toegeven en durven tonen dat ik ook wel eens een fout(je) maakte. Je moet altijd uitkijken voor een bananenschilletje…

Wout Punt kwam op middelbare leeftijd als leraar geschiedenis naar Middelburg en heeft nog jaren tot op hoge leeftijd in Middelburg I gespeeld. Een prettige persoonlijkheid en voor Zeeuwse begrippen (net zoals ik) een sterke schaker.

 

                 1. e2 - e4        e7 - e6

                 2. d2 - d4        d7 - d5

                 3. e4 - e5        c7 - c5

                 4. c2 - c3         Pb8 - c6

                 5. Pg1 - f3       Dd8 - b6

                 6. a2 - a3         a7 - a5

                 7. Lf1 - d3       h7 - h6

                 8. O - O           Lc8 - d7

                 9. b2 - b3        c5 x d4

                10. c3 x d4        Pc6 x d4

                11. Pf3 x d4     Db6 x d4

                12. Ta1 - a2      Dd4 x e5

13. Ta2 - e2      De5 - h5             Zwart (ik dus) vindt een direct verliezende zet. Welke

magische krachten spelen een rol zodat dit soort dingen kunnen gebeuren?

Ik ben inmiddels de jongste niet meer, maar het antwoord op deze vraag weet ik (nog steeds) niet.

                14. Te2 x e6 +                               

 

 

Foutje, bedankt. En opgegeven door zwart.

Het moge duidelijk zijn dat wit bij goed spel niet voldoende compensatie heeft voor de geofferde pionnen.

 

 

Now for something completely different.

 

 

Wit:       C. de Wolf

Zwart:  P.G. Bakker

 

 

Gespeeld op 28 december 1994  partij

 

Piet Bakker speelde mee in het Nederlands kampioenschap dat gehouden werd in Zierikzee.

Ik was toen 15 jaar en fietste elke speeldag van Middelburg naar Zierikzee en natuurlijk ook weer terug naar huis.

Ik vond het fantastisch om onze Nederlandse topschakers aan het werk te zien en nog wel in Zierikzee!

Mickey Rosenthal werd door de deelnemende schakers benoemd tot dorpsgek.

Boomgaardt (met dt) had zich geplaatst door open kampioen van Nederland te worden. Cor Jansen werd een jaar later in 1968 open kampioen van Nederland…

Tim Krabbé versloeg de grote Donner. Ook de dorpsgek versloeg Donner.

Eddy Scholl was in die tijd een heel solide speler. Hans Bouwmeester wist heel goed uit te voeren wat hij in zijn prismaschaakboekjes had opgeschreven. Hans Ree was het aanstormend talent. Toen hij in Canada een grootmeesterresultaat had behaald, dacht Donner dat er sprake was van een spelfout en dat er een zekere schaker Plee werd bedoeld.

 

NK 1967, Zierikzee 3 - 15 juli
 naam123456789101112score
1Bouwmeester ½1½1½½½11½18
2Ree½ ½½½11011118
3Scholl0½ ½10½11½117
4Donner½½½ 1½1½0101
5Kuijpers0½00 ½½11111
6Langeweg½01½½ 0½1½11
7Van Scheltinga½0½0½1 0½1116
8Zuidema½10½0½1 ½½01
9Rosenthal000100½½ ½½14
10Bakker (PG)00½00½0½½ 1½
11Krabbé½0010001½0 ½
12Boomgaardt000000000½½ 1

 

                 1. d2 - d4        d7 - d5

                 2. c2 - c4         Lc8 - f5             

Een tip voor Maarten Westerweele om deze loper zo snel mogelijk te ontwikkelen?

                 3. Pb1 - c3      e7 - e6

                 4. c4 x d5        e6 x d5

 

                 5. Lc1 - f4        c7 - c6

                 6. Dd1 - b3     Dd8 - b6

                 7. Db3 x b6    a7 x b6

                 8. f2 - f3          Pg8 - f6

                 9. g2 - g4         Lf5 - g6

                10. Lf1 - g2        h7 - h6

                11. h2 - h3        b6 - b5

                12. e2 - e3        Pb8 - a6

                13.  a2 - a3        Pa6 - b4

                14. Ke1 - d2     Pb4 - d3

                15. Ta1 - a2      b5 - b4

                16. a3 x b4       Ta8 x a2

                17. Pc3 x a2     Pd3 x b4

                18. Pa2 - c1      Lf8 - e7

                19. Pg1 - e2     O - O

                20. Pe2 - c3      Tf8 - d8

                21. Lg2 - f1       c6 - c5

                22. Pc1 - d3                                     Een remise waar niets mis mee is.

 

---------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Partijbespiegeling 7

(gespeeld 31-10-2009 in de KNSB-wedstrijd tussen Middelburg en Sliedrecht) partij

 

Wit:       C. de Wolf

Zwart:   W. Boer

 

Voor het slot van deze partij ben ik mijn tegenstander eeuwige dank verschuldigd. Dankzij hem kon ik het allermooiste mat uit de schaakhistorie in elkaar vlechten. Een unieke matstelling. Nooit eerder gecreëerd en zal ook nooit meer op het schaakbord tot stand worden gebracht

De partij is zonder noemenswaardige fouten gespeeld en kan dan ook zonder commentaar worden gegeven.

Het gaat erom dat een schaker voor de rest van zijn leven zal blijven genieten van deze matstelling en dat deze matstelling in het geheugen van een schaker gegrift zal blijven staan.

  

1.d4 d6 2.Pf3 g6 3.e4 Pf6 4.Pbd2 Lg7 5.Le2 0–0 6.0–0 Pc6 7.d5 Pe5 8.Pxe5 dxe5 9.c4 e6 10.Dc2 c6 11.dxc6 bxc6 12.Td1 Dc7 13.Pf1 Lb7 14.Le3 Tfd8 15.Txd8+ Txd8 16.c5 Pe8 17.f3 Td7 18.b4 Dd8 19.Td1 Txd1 20.Dxd1 Dxd1 21.Lxd1 f5 22.Le2 Pc7 23.a4 a6 24.Pd2 Kf8 25.Pc4 Ke7 26.Ld2 Kd7 27.Lc3 Ke7 28.Lxe5 Lxe5 29.Pxe5 Kf6 30.Pc4 e5 31.Pd6 La8 32.Lc4 fxe4 33.fxe4 Kg5 34.Kf2 Kf4 35.h4 Kg4 36.g3 Kh3 37.Pf7 h6 38.Pxe5 Lb7 39.Lf1+ Kh2 40.Pf3+ Kh1 41.Lg2# 1–0                

 

              

 Een kunstwerk met eeuwigheidswaarde?

Ik dacht het wel ;-)

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  

  Partijbespiegeling

 

 

Maxime le Clercq (1904) - Paul Koster (1754) [A22]
Middelburg A - Goes B (bord 1), gespeeld 29.04.2016  partij


1.c4 Pf6 2.Pc3 e5 3.g3 d5 (er zijn meerdere ook goede alternatieven.) 4.cxd5 Pxd5 5.Lg2

 

Pxc3 (mijn voorkeur gaat uit naar Pb6; waarom zou je wit een extra pion richting het centrum geven?) 6.bxc3 Ld6 (passief; Lc5 toont aan dat je ook wat wil.) 7.d3 (Pf3 lijkt mij hier de normaalzet.) 0-0 8.Pf3 (logisch na d3.) c6 9.0-0 (Tb1 is zeker een goed alternatief.) h6 (in hedendaags jargon: dit is anticiperen op wat jouw tegenstander mogelijk gaat doen in plaats van zelf ‘proactief’ te handelen; toch vind ik deze zet zo gek nog niet.) 10.e4 (dit is een mindere zet; de witte loper is nu gedegradeerd tot alleen een verdediger.) Le6 11.d4 Pd7

 

 (de stelling is in evenwicht.) 12.Te1 (heel solide, maar niet één van de zetten waarmee je wil winnen.) Dc7 13.a4 (Ph4 met de dreiging d5 lijkt mij beter.) (Paul: Ik vond dat er nu iets moest gebeuren, anders versterkt wit zijn stelling met normale ontwikkelingszetten terwijl zwart niet zoveel kan doen. Daarom nu:) 13...f5 (Tf8-d8 lijkt mij de normaalzet.)

 

14.exf5 (dxe5 is beduidend beter. Na deze zet doet de loper op g2 echter wel weer mee.) Lxf5 15.Db3+ (La3 is een gelijkwaardig alternatief, maar vind ik listiger.) Kh8 (Paul : Wit zet een sterke aanval op die ik maar net kan pareren.) 16.Ph4 (La3 is niet alleen positioneel beter; te meer omdat de koningsaanval niet doorslaat.) Lh7 17.Le4 (La3 is nog steeds het goede alternatief.) Tf6 (eerst Lxe4 gevolgd door Tf6 ontregelt het witte spel meer.)18.Dc2 Lxe4 19.Dxe4 exd4 20.cxd4 Pf8 (Pb6 met het geweldige veld d5 in het verschiet is natuurlijk beter.) 21.Lb2 Df7 (waarom niet gewoon Td8? Is zwart geobsedeerd geraakt door illusionaire dreigingen op g6?)

 

22.f4 (d5 is de aangewezen zet.) Lb4 (een gat te verleidelijk om niet in te duiken. Zwart staat inmiddels duidelijk beter.) 23.Te2 Te6 24.Dd3 Txe2 25.Dxe2 Te8 26.Dd3 Dd5 27.Df3 Te4

 

 

(Paul: zwart heeft het initiatief overgenomen en gaat een pion winnen.) 28.f5 (geen gekke poging om tegenspel te creëren.) Le7 29.f6 Lxf6 30.Tf1 Te8 (Paul: In tijdnood aangekomen (het is 1.30 uur KO (met 30 sec per zet)) kan ik de beste zetten niet meer op tijd doorrekenen. Volgens Fritz kan het gewoon ... [Fritz 6: 30...Pe6 31.Df5 Pxd4  -2.38/14]) (Pe6 is inderdaad een zet die vrij gemakkelijk wint.) 31.Pf5 Dxf3 32.Txf3 c5 (deze zet is niet correct; zou alleen goed zijn als deze variant direct een pion zou winnen. In dit geval is het oplossen van de slechte witte pion op d4 geen goed idee. Kh7 om Pxh6 uit de stelling te halen was hier de aangewezen zet.) 33.Kf2 cxd4 (Pd7 houdt de spanning in de stelling.) 34.Lxd4

 

(Paul: Na loperruil sta ik natuurlijk beter maar durfde het met 1,5 minuut niet meer aan. Maxime had nog minder tijd maar is wel 25 jaar jonger en veel beter in snelschaken dacht ik ... Ik was loperruil van plan maar twijfelde of ik daarna met met koning naar de damevleugel moet gaan of juist niet.) ½-½ (34...Lxd4 35.Pxd4 Td8 alleen zo consolideert zwart zijn pionwinst. Daarna kan zwart op winst blijven spelen. Ik zie het nog niet gebeuren dat de zwarte koning ‘even’ naar de damevleugel loopt .)

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Partijbespiegeling 5

(gespeeld in de interne competitie op 10 juni 2016) partij

 

Wit:       A. Jonkheer

Zwart:   A. van Haaften

  

                   1. d2 - d4      Pg8 - f6

                   2. Pg1 - f3                                    Na 2. c2 - c4 is 2.         e7 - e5 een mogelijkheid. Een obscure variant is bijvoorbeeld het Fajarowitch gambiet.

Overigens wel een prachtige naamgeving aan zo’n gambiet. Lang geleden kreeg ik deze variant tegen mij in de Belgische competitie toen ik voor Jean Jaures uit Gent speelde tegen Oostende in Oostende. Ik had dit gambiet nog nooit gezien, maar ik wist mijn openingsproblemen te overkomen.

Aan zoon Maarten van Haaften: bestudeer deze variant; deze past wel in jouw repertoire.

                 2.                          e7 - e6               

                 3. c2 - c4                                        Andere goede mogelijkheden zijn naar mijn mening 3. Lc1 - g5 (dit vind ik wel een lekker zetje.) of 3. g2 - g3 en zelfs 3. Pb1 - d2. Wij van de ouwe stempel (van voor het computertijdperk) spelen natuurlijk 3. c2 - c4.

                 3.                          b7 - b6                Maakt 5. Lc1 - g5 mogelijk. Zwart kan nooit meer een variant spelen met Da5 en Lb4.

                 4. Lc1 - g5       Lc8 - b7                

                 5. Pb1 - c3      Lf8 - e7              

                 6. Dd1 - c2      O - O

                 7. e2 - e4                                       7. e2 - e3 is de normaalzet. Wit wil meer.

                 7.                          h7 - h6               

                 8. Lg5 - h4      d7 - d6                8. Pb8 - a6 is een alternatief.

                 9. Lf1 - d3                                       Of 9. O – O – O  op zoek naar strijd. Is de gespeelde zet al gericht tegen een eventueel f7 - f5 van zwart?

                 9.                          g7 - g5               

                10. Lh4 - g3                                     De zwarte koning ziet er (te) luchtig uit?

                10.                        Pb8 d7

                11. Dc2  -  d2                                     Nog steeds is O – O – O een aardige zet. Dc2 - d2 ontneemt ‘en passant’ het witte paard op f3 een prettig veld.

                11.                         Pf6 - h5              Consequent.

`              12. h2 - h4                                        Wit weigert nog steeds lang te rokeren.         In ieder geval kan het paard op f3 nu wel naar h2.

diagram

 

 

                12.                         Ph5 x g3            

                13. f2 x g3                                        Wat had je met wit nu graag met de h-pion willen slaan…          

                13.                         e6 - e5           Vind ik de juiste zet. De gevaarlijke diagonaal b1 h7 wordt gesloten.                           

                14. Pc3 - d5                                     Weer kwam O – O – O ook in aanmerking.

                14.                        f7 - f6                  14.           Lb7 x d5 is noodzakelijk. De loper op b7 kan niets beters doen. En na 16. e4 x d5 heeft zwart 16.         f7 - f5 met gelijke kansen. Tevens kan het witte paard op d5 als het van het bord is verdwenen niet meer in het voor wit fantastische gat op f5 springen.

                15. h4 x g5       h6 x g5               Het beeld bij deze stelling is dat een loperpaar soms niet veel kan doen.

                16. d4 x e5                                      Of 16. Dd2 - f2.

                16.                         d6 x e5

                17. Pf3 - h2                                     Deze zet had wit al gezien toen hij  12.  h2 - h4 speelde!

`              17.                         c7 - c6                 17. Pd7 - c5 is logischer.

                18. Pd5 x e7                                    Het andere witte paard kan immers ook eventueel nog naar het veld f5. De zwarte loper kon nog lastig worden.

                18.                         Dd8 x e7           

                19. Ph2 - g4                                      Wit heeft wat hij wil: een mooie open h-lijn en een prachtig uitzicht op het veld f5 voor zijn paard. En kijk eens naar de zielige zwarte loper op b7. Zwart is verloren.

diagram

 

 

                19.                         Kg8 - g7              Nothing works…

                20. Pg4 - h6                                     Nu dreigt er wat.

                20.                         f6 - f5                  Zwart heeft niet beter.

                21. Ph6 x f5     Tf8 x f5              

                22. e4 x f5        Ta8 - d8                     Zwart is completely lost. Dit is nog een aardige poging. diagram

 

 

                23. O – O – O                                   Daar is ’t ie dan. (Uit de Dik voor mekaar show.) Eindelijk de lange rokade. Hoort de lange rokade van wit op de 23e zet in het Guinness Book of Records?

                23.                         Pd7 - c5

                24. Dd2 - e3                                    Heel aardig vind ik 24. Th1 - h7+.  Een zet eerder kon die overigens ook al. Wilde wit nog wat langer van zijn stelling genieten?

                24.                         De7 - f6             

                25. Th1 - h5     Pc5 x d3+         

                26. Td1 x d3     Td8 x d3

                27. De3 x d3    Lb7 - c8              Wat een armzalig bestaan heeft deze loper in deze partij doormaakt.

                28. g3 - g4                                        Ca va sans dire.

                28.                         Kg7 - f8               Er zijn momenten om op te geven.

                29. Dd3 - a3+ Df6 - e7

                30. Th5 - h8+                                  diagram

 

 

                                                                              Terecht door zwart opgegeven. Een goed gespeelde partij door mijn volle neef Alex. Dankzij hem of te wijten aan hem                      ben ik gaan schaken. Ik denk vaak terug aan onze jeugdtijd dat we op vrijdagavond om 18.30 uur naar Hotel Pax liepen om schaakles te krijgen en om een potje te spelen. Ik herinner me nog de heren Pieterse en Bijlsma (de heer Bijlsma had ook een paar zonen op de schaakclub en was onderwijzer). Zij gaven leiding en les aan de jeugd. Helaas hadden zij meer educatieve dan schaaktechnische gaven.

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

Partijbespiegeling 4

(Gespeeld in 1995 HWP II Sas van Gent – VHS I Haarlem) partij

 

Mijn gedachte bij deze partij is: een schaker moet weten wanneer hij het beste kan stoppen met schaken; helaas ben ik zelf ook iets te laat gestopt…

Vaak is de geest nog wel gewillig maar het vlees wordt zwak.

 

Wit:       Mr. Lex Jongsma (zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Lex_Jongsma)

Zwart:  Kees de Wolf

 

Commentaar van Cor Jansen in de PZC van vrijdag 10 maart 1995:

Een partij uit de KNSB-competitie, die Kees de Wolf won van Mr. Lex Jongsma, de bekende schaakjournalist, ooit jeugdkampioen van Nederland en derde in het jeugdwereldkampioenschap van 1957.

Jongsma speelt nog dezelfde openingen als in zijn jeugd. Hij probeert vaak openingen met verwisselde kleuren te spelen. Als zwart nu 1. e7-e5 speelt heb je Siciliaans (1. e2-e4 c7-c5) met een tempo meer voor wit. Dat kan natuurlijk niet slecht zijn, maar levert toch vaak maar verrassend weinig op. Met zwart speel je in het begin vooral op het verkrijgen van een stelling met gelijke kansen, met wit probeer je voordeel te krijgen. Siciliaans is een verdediging en van een verdediging een aanval maken is niet zo makkelijk.

 

                 1. c2 - c4           Pg8 - f6

                 2. Pb1 - c3      d7 - d5

                 3. c4 x d5        Pf6 x d5

                 4. Pg1 - f3       g7 - g6

                 5. g2 - g3         Lf8 - g7

                 6. Lf1 - g2       e7 - e5

                 7. d2 - d3        O – O

                 8. O – O            c7 – c6

 9. d3 - d4                                       Wit krijgt hiermee gelijkspel, maar dat kan toch niet

het doel zijn om met wit naar te streven?

diagram

 

 

                 9.                          e5 x d4              

                10. Pf3 x d4     Pd5 x c3

                11. b2 x c3        Pb8 - d7

                12. Dd1 - b3     Pd7 - e5             Zwart speelt sterk en zorgvuldig. Het paard staat hier voorlopig zeer goed.

                13. Lc1 - a3       Tf8 - e8

                14. h2 - h3        Dd8 - b6              Zwart dempt de aanvalsdrift van wit door een bijna onontkoombare damesruil (tegenwoordig de juiste spelling J)  in de stelling te brengen.

                15. Tf1 - d1      Lc8 - e6              Het lijkt zo simpel om in dit soort stellingen de juiste zetten te doen. Maar dat is een vergissing. Zwart doet afstand van het                   loperpaar. Hij heeft gezien, dat dat geen kwaad kan.

                16. Pd4 x e6    Te8 x e6

                17. Ta1 - b1      Db6 x b3

                18. a2 x b3                                      Na 18. Tb1 x b3 is er op c4 een vervelend gat, waar het zwarte paard in kan springen.

                18.                         f7 - f5                  Het belangrijke veld e4 moet onder controle blijven.

 diagram

 

 

                19. c3 - c4         Lg7 - f8

                20. La3 - b2      Ta8 - e8

                21. Lb2 - d4      a7 - a6

                22. Ld4 - b6      Pe5 - f7              Het paard heeft voorlopig zijn werk gedaan en zoekt andere bezigheden.

                23. e2 - e3        Lf8 - b4              

                24. Td1 - d7     Te6 - e7             Misschien heeft wit gedacht de d-lijn in zijn bezit te kunnen krijgen, Ook die vlieger gaat niet op.

                25. Tb1 - d1     Te7 x d7            

                26. Td1 x d7     Te8 - e7            

                27. Td7 - d1     h7 - h5                De witte pionnen op de koningsvleugel worden geblokkeerd. Veel is er niet aan de hand, maar wit vindt het aan zijn stand

verplicht om op winst te spelen.

                28. Kg1 - f1      Kg8 - f8

                29. Kf1 - e2       Kf8 - e8

                30.  h3 - h4        Te7 - d7             Zwart gaat door met het voor wit frustrerende ruilen van stukken.            

                31. Lb6 - d4      Pf7 - d6              De centralisering had tot afruil en remise moeten leiden.

                32Ld4 - e5      Ke8 - e7

                33. Td1 - d3     Ke7 - e6            

                34. Le5 - b2                                     Een ernstige fout. Door 34. Le5 x d6 te spelen had wit een eindspel met ongelijke lopers kunnen forceren, dat remise is.             Hij zal ook wel gezien hebben, dat van enig voordeel geen sprake meer is en hoopte blijkbaar op verzwakking in de spankracht van zijn tegenstander. Daar hoef je bij De Wolf niet op te rekenen. Na vier uur spelen oogt hij nog zo fris als een hoentje, hoewel hij toch ook geen twintig meer is. (Jongsma is 56 (in 1995 dus)).

diagram

 

 

                34.                         Pd6 - e4

                35. Td1  x d7+ Ke7 x d7

                36. Lb2 - e5      Kd7 - e6             In tijdnood speelt zwart op safe. De pionwinst

36.        Pe4 - c5  37.  Le5 - g7 Pc5 x b3 38. e3 - e4 geeft wit tegenkansen.

                37. Lg2 x e4                                     Nu komt wit toch nog tot inkeer en geeft zijn loperpaar op. Maar de mogelijkheden Pd2 en Pc5 met winst van de pion

op b3 lieten hem geen andere keus.

                37.                         f5 x e4

                38. Le5 - c7      b7 - b5                              

                39. c4 x b5        c6 x b5                Zo kan zwart een verre vrijpion creëren, die het wit zeer lastig gaat maken.

                40. f2 - f3          Ke6 - f5

                41. Lc7 - b6      a6 - a5                Van twee kanten dreigen nu de zwarte stukken binnen te vallen.

diagram

 

 

                42. Lb6 - d4      a5 - a4

                43. b3 x a4       b5 x a4              

                44. f3 x e4+                                     Wit raakt in zetnood. Zugzwang heet dat in de schaakterminologie (ook in het Russisch!).

                44.                         Kf5 x e4            

                45. Ke2 - d1     Lb4 - d6              Het is bekeken. De zwarte pionnen vallen als rijpe appelen.

                46. Kd1 - c2      Ld6 x g3

                47. Ld4 - f6       Ke4 x e3

                48. Kc2 - b2       Ke3 - f3

                49. Kb2 - a3     Kf3 -  g4

                50. Ka3 x a4     Lg3 x h4

                51. Lf6 - d4       Lh4 - g3              Wit staakte de strijd.

 

  

Partijbespiegeling 3

(Gespeeld in de interne competitie op 27 mei 2016) partij

 

Wit:       R. van de Ven

Zwart:   H. Geertse

 

Commentaar van Raymond:

Afgelopen vrijdag gespeeld tegen Henrik Geerse, een geducht en door mij gevreesd tegenstander van het type dat doorspeelt tijdens een aardbeving, en dan vaak ook nog de juiste zet vindt. Ik mocht beginnen en opende met 1. d4  een zet die al eeuwen gespeeld wordt en vooral onder Benedictijner monniken mateloos populair was. Waarom weet niemand, de Benedictijnen waren nogal zwijgzame types. Henrik antwoordde met:,1. - d5  waarop ik snel 2. e4  uit mijn mouw toverde. De door mij aangeboden pion werd aangenomen,  d x e4. In een poging hem uit zijn concentratie te halen bood ik HG wat te drinken aan maar hij weigerde; dus haalde ik een koffie voor mezelf en bracht de cavalerie in stelling: 3. Pc3 - Pf6. Met 4. f3 - e x f3  kom je in een positie terecht waarin het mijns inziens goed toeven is voor de witspeler. Met paard maal f3 kom je dan in het Blackmar-Diemer gambiet, in hun vrije tijd uitgedokterd door de heren Blackmar en Diemer maar ik koos voor 5. Dd1 x f3 het Ryder gambiet, een superagressieve opening waarbij de zwartspeler enorm moet op letten niet in de valstrikken te trappen die deze opening biedt, zoals bijvoorbeeld de 'halosar trap'   (https://www.youtube.com/watch?v=6Vhu9qDkkws) 5. – Dd1 x d4  6. Le3 - Db4  daarna volgde een lange rokade en stond ik eigenlijk wel prima vond ik. Zwart speelde c6  en ik  h3  om de loper op g4 te voorkomen waarna zwart rustig continueerde met e6. Daarna besloot ik de dame op te jagen met Td4. De dame trok zich terug naar a5. 10. Ta4  De5. Ik vervolgde de jacht met loper f4. Ik zag stof van het plafond naar beneden dwarrelen, Henrik bleef echter stoïcijns met De1 schaak. Pd1 hief het schaak op waarna zwart e5 speelde. Ik dacht even de dame gewonnen te hebben maar het liep anders. Ld6 Dxd6 Dxf1.   Zwart stond beter maar verliest uiteindelijk onnodig. Maar goed, ook dat soort puntjes moet je meepakken als je je zoals ik wil handhaven in de competitie van SV Middelburg.

 

Analyse van Kees:

 

Wit:       R. van de Ven

Zwart:   H. Geertse

                1. d2 – d4           d7 – d5

                2. e2 – e4           d5 x e4                Zwart pakt de handschoen op. Hij had bijvoorbeeld ook kunnen switchen met e7 – e6 (naar het Frans) of met c7-c6 (naar de Caro-Kann). Zwart kan nu verwachten dat de witspeler een huisvlijtvariant gaat spelen.

                3. Pb1 - c3          Pg8 - f6

                4.  f2 - f3            e4 x f3

                5. Dd1 x f3                                      Mijn bridgepartner zou kwaad worden over deze keuze. Je mag niet gokken! Pg1 x f3 is natuurlijk de natuurlijke zet.

                5.                            Dd8 x d4

                6. Lc1 - e3         Dd4 - b4             Het - in mijn ogen - betere alternatief is Db4 -  g4.

                7. O-O-O   

        

                Diagram: de 'halosar trap'

 

 

               

 

                 7                             c7 - c6                 Lc8 - g4 faalt op Pc3 - b5 Er dreigt Pb5 x c7 + mat en Df3 x b7 lost de witte problemen op en geeft zwart grote hoofdbrekens. e7 - e6 is wel een goed alternatief.

                8. h2 - h3          e7 - e6                Zwart heeft een solide stelling opgebouwd.

               9. Td1 - d4        Db4 - a5             

                10. Td4 - a4      Da5 - e5              Da5 - c7 is beter.

                11. Le3 - f4        De5 - e1 +        

                12. Pc3 - d1      e6 - e5                De enige andere zet is De1 - h4. Even een tussenopmerking. Zowel wit als zwart hebben na meer dan twintig zetten drie stukken op de achterste rij staan! Zo hebben wij dat jullie toch niet geleerd kindertjes?

                13. Lf4 - g3       e5 - e4

                14. Df3 - f4       Lf8 - d6                De zwarte noodrem werkt.

                15. Df4 x d6      De1 x f1            

                16. Ta4 - d4      Pb8 - d7            

                17. Lg3 - h4      Df1 x g2             Zwart heeft niets beters. Dan is het niet gek dat je nog een pionnetje mee kan nemen.

                18. Lh4 x f6       g7 x f6                 

                19. Th1 - h2     Dg2 x g1

                20. Td4 x e4 + Pd7 - e5

                21. Th2 - d2     Lc8 - e6              Zwart heeft zich eindelijk ontwikkeld, maar zijn koning kan echter geen kant op..

                22. Te4 - d4                                     Houdt zwart zo in een houdgreep.

                22.                         Th8 - g8             

                23. Dd6 - c7     Le6 - d5              Dit kost zwart een stuk. Ke8 - f8 lijkt mij beter, hoewel de pionnen van zwart op de damevleugel dan worden opgeruimd.

                24. c2 - c4         Tg8 - g2              

                25. c4 x d5        Tg2 x d2

                26. Td4 x d2     Dg1 - c5 +         

                27. Pd1 - c3      Ta8 - d8              Dc5 - e7 lijk mij de beste zet. Danstaat zwart nog steeds gewonnen.

                28. Kc1 - b1                                     Om het slaan op d5 te voorkomen.

                28.                         Dc5 - g1 +         Helemaal fout. Deze dame moest beslist naar e7. Wat heeft wit dan nog; niets dacht ik.

                29. Td2 - d1    Dg1 - g6 +         Helaas heeft zwart zijn dame op een dwaalspoor gezet. Zij kan niet meer mee verdedigen en heeft aanvallend niets te betekenen.

                30. Kb1 - a1     Dg6 - c2              Ziet er stoer uit, maar stelt geen reet voor (excusez le mot).

                31. d5 - d6        Pe5 - d3             Dit is zelfmoord. Wat gebeurt er na Td8 - d7 ? Het wordt voor zwart in ieder geval een lijdensweg.

                32. Dc7 – e7 mat

 

 

 --------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

  

Partijbespiegeling

(partij gespeeld op 18 januari 1980 dus voor het computertijdperk in de interne competitie van S.V. Middelburg) partij

 

 

Wit         : C. de Wolf

Zwart    : J. de Baare

 

Jo de Baare was een zeer aimabel mens. Ik zie hem nog staan op de markt in Middelburg met zijn fiets in de hand en een (eeuwige) sigarettenpeuk in zijn mond. Een eenvoudig en bescheiden mens. We hebben een praatje gemaakt. Waarover weet ik echt niet meer.

Hij was vier keer schaakkampioen van Middelburg in een inmiddels ver verleden.

Ik schaam me er wel een beetje voor dat ik een winstpartij tegen hem aan de vergetelheid wil ontrukken.

Toen ik jong was speelde ik van alles. Mijn les aan de huidige schaakjeugd is dan ook: probeer zoveel mogelijk openingsvarianten uit. Dit is belangrijk om te ontdekken wat jouw schaakstijl is. Ben je positioneel of combinatoir aangelegd?

 

 1. c2-c4              c7-c5

 2. Pbi-c3            e7-e6

 3. Pg1-f3            Pg8-f6

 4. g2-g3              b7-b6

 5. Lfi-g2              Lc8-b7

 6. d2-d3             Lf8-e7

 7. e2-e4             O-O

 8. O-O                Pb8-c6

  9. d3-d4            de voorgaande zetten waren alle heel normaal. Met deze zet verklaart wit zich. 

d4-d5 ziet er niet prettig uit voor zwart.  

 9.                          c5xd4 dit lijkt mij de meest logische reactie.

10. Pf3xd4          het is een Siciliaan geworden. De Maroczy variant vind ik.

10.                         Pc6xd4

11. Dd1xd4         Pf6-e8 dit herinnert mij aan een partij die ik ook ooit met wit tegen Jo de Baare speelde, een Spaanse partij, waarin hij na Kg8-h8 Pf6-g8 speelde. Met zwart win je hier natuurlijk geen partij mee, maar probeer met wit maar eens een goed aanvalsplan te bedenken.

12. Tf1-d1           d7-d6

13. Lc1-e3           e6-e5 dit noem ik een rigoureuze beslissing, maar wel logisch. Met zwart wil je natuurlijk niet op g7 worden mat gezet.

14. Dd4-d2          Pe8-c7 als ik dit zo zie, zeg ik dat wij toentertijd zelfs in Middelburg best goed speelden…

15. Lg2-h3          het enige actieve veld voor deze witte loper. Dit haalt f7-f5 ook uit de stelling.

15.                         Dd8-e8

16. f2-f4               zo hoor je te schaken

16.                         Ta8-d8 zwart heeft een solide vestiging opgebouwd. Hij heeft echter geen tegenspel en een behoorlijk ruimtegebrek.

17. f4-f5               Kg8-h8

18. Td1-f1           op d1 heeft deze toren geen functie meer.

18.                                         f7-f6 verdedigend een goede zet, maar biedt geen perspectief op tegenspel.

19. Dd2-e2          g7-g6 wat zijn de alternatieven voor zwart? Volgens mij zijn er geen. Dit is de enige zet voor zwart om nog verder te schaken.

 

20. f5xg6             De8xg6

21. Lh3-f5            Dg6-f7

22. Tf1-f3            het idee is g3-g4 en Tf3-h3 Als zwart op c4 slaat, volgt Ta1-c1 met extra kansen voor wit.

22.                                         Lb7-c8

23. b2-b3             Lc8xf5

24. Tf3xf5            Tf8-g8 zwart kan verder niets doen. Hij zit in de tang.

25. a2-a4             de zwarte damevleugel wordt nu onder vuur genomen.

25.                         Tg8-g6 is een zet. Er gaat echter geen enkele dreiging van uit.

26. a4-a5             jetzt geht’s los.

26.                                         b6-b5 er is geen goed alternatief. Dus doe maar wat.

27.                         Le3xa7 pak wat je pakken kan.

27.                         b5xc4

28. b3xc4             Td8-c8 zwart probeert nog wat tegen te spartelen.

29. La7-b6           Pc7-e6

30. Pc3-d5           Pe6-f4 een laatste wanhoopspoging om verwarring te zaaien in het vijandelijke kamp?

31. Pd5xf4          e5xf4

32. Tf5xf4            Tc8xc4

33. a5-a6             mijn lief klein a-pionnetje, wij wisten het al zo lang. Promotie ligt in het verschiet.

diagram

 

 

33.                         Tg6-g8

34. a6-a7             Tg8-a8

35. Ta-b1             Tc4-a4

36. Lb6-e3           Df7-e8

37. De2-b5          De8xb5

38. Tb1xb5          Ta4-c4

39. Tb5-b7          Le7-d8

40. e4-e5

diagram

 

                              

40.                         Tc4-c3

41. e5xf6 en opgegeven door zwart.

 

 ----------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

 

Partijbespiegeling

(met commentaar dat een computer - momenteel nog niet? - kan leveren)

 

Ik zal mijn mening geven over bepaalde zetten; soms zijn meningen ook feiten. (Ter beoordeling aan de lezer.)

Willen jullie echt weten welke zetten verbetering behoeven dan kan een computer dat veel beter analyseren dan ik.

 

Wit:      Maarten van Haaften

Zwart:  Louis Nieuwenhuijse

 

(ronde 7 PKS 2016 partij)

            

   1. e2-e4            e7-e6 de Franse opening

   2. d2-d3 wit laat zijn pion te vroeg los. Dit toont aan dat de witspeler geen ‘Draufgänger’ is. Of

       bestaat er angst voor de grote kennis van het Frans bij zijn tegenstander?

 2.                         d7-d5 na  2.  c7-c5 zou het ook een leuke gesloten Siciliaan kunnen worden als wit op enig moment f2-f4  speelt.

 3. Pb1-d2 de aangewezen zet. Het enige nadeel is dat de loper op c1 tegen (de kont van) een paard staat aan te kijken.

 3.                         c7-c5 

 4. Pg1-f3         Pb8-c6

 5. g2-g3           Pg8-f6

 6. Lf1-g2          Lf8-e7

 7. O-O zwart weet nu waar hij wezen moet. Wit heeft echter geen andere (wacht)zet.

 7.                         h7-h5 dankzij de computer zien we deze zet inmiddels ook regelmatig op topniveau. Voor het computertijdperk werd er niet aan zo’n zet gedacht. Deze zet komt in bijvoorbeeld de boeken van Euwe en Bouwmeester niet voor.  8. Lc1-g5 zou nu wel een prettige zet voor wit zijn, maar een loper mag echter niet springen.

 8. h2-h4 een rigoureuze beslissing. De witspeler laat zien dat hij niet bang is. Er ontstaat wel een gat op g4. Mij lijkt het wel wat om hier h2-h3 te spelen.

 8.                         Pf6-g4 kan er niet beter eerst iets gedaan worden aan de ontwikkeling van de zwarte damevleugel?

 9. Tf1-e1 c2-c3 is het alternatief.

 9.                         d5-d4 het is wel logisch om het centrum gesloten te houden, omdat korte rokade voor zwart in combinatie met een pion op h5 en een centrum dat nog opengebroken kan worden minder aantrekkelijk is voor zwart.

10.  e4-e5 verhindert dat zwart een loper op f6 of een paard op e5 zet. Verder biedt deze zet perspectief aan de loper op g2. Een ander idee is om het witte paard naar c4 te brengen door te beginnen met a2-a4. Echter dit paard is niet definitief op c4 te handhaven. Conclusie e4-e5 is een goede zet.

10.                       Dd8-c7 is een goede ontwikkelingszet en brengt een dreiging in de stelling: de witte pion op e5 wordt hierdoor drie keer aangevallen en wordt slechts twee keer gedekt.

11. Dd1-e2 verplicht, maar lang niet slecht.

11.                        b7-b5 deze zet keur ik af.

12. Pd2-f1 deze zet keur ik ook af. Wat is er mis met 12. a2-a4? Volgens mij verzwakt deze zet de zwarte stelling aanzienlijk.

12.                        Lc8-b7 

13. Pf1-h2  consequent.

13.                        Pg4xh2 er is voor zwart geen beter alternatief.

14. Kg1xh2        O-O-O zowel de witte als de zwarte koningsstelling is moeilijk te slopen.

15. Pf3-g5         Le7xg5

16. Lc1xg5         Pc6-e7 

17. Lg2-f3         niet gek, want slaan op f3 ziet er voor zwart niet aantrekkelijk uit.

17.                        g7-g6 zwart wil de pion op h5 niet kwijt en ontlast de zwarte toren op h8 van zijn taak om h5 te dekken. Als zwart het slaan op h5 zou toestaan door bijvoorbeeld Td8-d7 te spelen, heeft hij na Lf3xh5  Dc7-c6. Wit heeft - eufemistisch uitgedrukt - hierna problemen.

18. c2-c3 er zijn hier twee mogelijkheden voor wit: remise aanbieden of er nog iets van proberen te maken. c2-c3 is hiervoor de enig aangewezen zet. Het siert de witspeler dat hij voor de tweede optie kiest.

18.                        d4xc3 als zwart hier niet slaat kan wit een (half)open c-lijn krijgen. Dit ziet er voor zwart onaangenaam uit.

19. b2xc3 er zit nu volop spanning in de stelling. Een fatsoenlijke schaker - wit- of zwartspeler zijnde - haalt het hier niet in zijn hoofd om remise aan te bieden.

19.                        Td8-d7 de meest logische zet om het zwarte paard weer mee te laten doen.

20. d3-d4 het is heel fijn als je zo’n zet kan spelen.

20.                        c5-c4 gedwongen; wat anders? De tussenstand: de witte koning staat volkomen veilig. De zwarte koning staat enigszins op de tocht. Het zwarte paard op e7 komt één tempo te kort richting b6.

21. a2-a4 één zet te vroeg. Eerst Te1-b1 haalt b5-b4 uit de stelling.

21.                        b5-b4 de beste noodremactie van zwart. Ook om nog tegenspel te creëren.

22. c3xb4           Lb7xf3

23. De2xf3        Pe7-d5 hoor ik hier het vreugdevol gehinnik van een paard? 

24. b4-b5           Dc7-b7 ik geef hier de voorkeur aan eerst Kc8-b8 om de mogelijkheid Th8-c8 in de stelling te brengen.

25. Te1-c1 de witte loper op g5 heeft daar geen functie meer Lg5-d2 lijk mij ook een zet.

25.                        Td7-c7 c4-c3 faalt op Lg5-d2.

26. Df3-a3 een goede dameswitch. Het zwarte paard staat sterk, maar statisch, niet dynamisch.

26.                        Kc8-b8 maakt wits volgende zet mogelijk.

27. a4-a5           Th8-c8 hier mag je concluderen dat zwart geen tegenspel heeft en moet afwachten wat wit gaat doen.

28. Tc1-c2 een nuttige zet; houdt de zwarte c-pion op het juist veld tegen en dekt tevens f2. De torens dubbelen kan ook altijd nuttig zijn.

28.                        Kb8-a8 hier had zwart Tc7-d7 moeten spelen om 29. b5-b6 met a7-a6 te kunnen beantwoorden. Deze zet haalt ook een eventueel Da3-d6 uit de stelling. Zwart heeft echter ook nog steeds (ten onrechte?) ambities.

29. b5-b6 natuurlijk.

29.                        Tc7-c6

30. Tc2-b2 hoe moet wit verder? Er ‘dreigt’ nu wel een eventueel slaan op a7.

30.                        a7xb6 zwart heeft nog steeds ambities. Dit is mijns inziens de goden verzoeken.      a7-a6 maakt de partij remise.

31. a5xb6 +       Ka8-b8

32. Tb2-a2        Tc6xb6 in materiële zin is de stelling weer in evenwicht. Ook de zwartspeler heeft zijn best gedaan om de partij niet te laten doodbloeden. Zijn koningsstelling ziet er voldoende solide uit en de pion op c4 oogt gevaarlijk.       De tussenstand: zwart is kansrijker.

33. Da3-f3 inderdaad; de witte loper moet – indien mogelijk - op a3 komen.

33.                        c4-c3 brengt direct zijn gevaarlijke pion naar voren.

34. Lg5-c1 prima.

34.                        Tb6-b1 

 

 

 Diagram: Hoe wint wit?  (Vraag het maar aan jouw computer.)

 

35. Lc1-a3 helaas.

35.                       c3-c2

36. La3-d6 +     Tc8-c7

37. Df3xf7         c2-c1D het is zwart gelukt, maar 

            

 

  

Diagram: opgave mat in 4

 

38. Df7-e8 +     Db7-c8 de rest is feitelijk geschiedenis.

39. Ta2-a8 +     Kb8-b7

40. Ta1-a7 +     Kb7-b6

41. Ta7-a6 +     Dc8xa6 helaas voor de witspeler is het over en uit. Jammer van de gemiste kansen om te winnen op de 35e en 38e zet.

 

Kees de Wolf.                               

  

   

   

 

 

 

 

 

 

.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

           

 

 

 

 

 

 

  

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

SV Middelburg | jadewolf65@gmail.com